Voetstapjes in het zand

Na alle plechtigheden rond 4 en 5 mei had Plouf wel recht op en behoefte aan wat ontspanning. Het werden negen dagen vakantie in eigen land, lekker incognito, waarbij de focus op ‘hond’ lag in plaats van op ‘hulphond’, alhoewel het één nooit zonder het ander gaat. Plouf bezocht nog wel een Brits ereveld. En soms werd toch nog de vraag gesteld of ‘dat die hond van de televisie is’.

Op 4 mei 2024 in de Nieuwe Kerk
Op 4 mei 2024 in de Nieuwe Kerk
Brits ereveld

De bestemming werd het Waddeneiland Terschelling. Plouf was er al eerder geweest, toen ze nog geen jaar oud was. In die tijd was ze wat minder gehoorzaam dan vandaag. Zodra ze water ziet, zoet of zout, is ze echter nog net zo speels als toen. Eerlijk gezegd verkiest ze deze bestemming boven de Franse Riviera of de Spaanse Costa’s. Op Terschelling mag ze lekker los op het strand en is het niet zo heet als in Zuid-Europa. Een extra voordeel is dat het maar een paar uur rijden en een beetje varen is, in plaats van uren vliegen.  

Vertrek vanuit Harlingen
Poseren met een mooi uitzicht

Plouf keek haar ogen uit op Terschelling. Er waren veel golden retrievers op het eiland. Op de boot alleen al telden we er vijf. Echte gouden, maar ook spierwitte net als zij. Er liepen daarnaast veel andere honden rond, hetgeen betekende dat Plouf iedere dag nieuwe vriendjes en vriendinnetjes maakte. De sociale kant van zo’n hond is besmettelijk want baasjes en vrouwtjes raken daardoor ook in gesprek. Soms duurt dat zo lang dat de honden op een gegeven moment aan het zuchten en aan het gapen zijn.

Een vriendje op het wad

Terschelling kent maar liefst dertig kilometer zandstrand langs de Noordzeekust. Dat is een paradijs voor een hond die zwemvliezen tussen zijn tenen heeft. De branding is gemaakt om mee te spelen, het schuim ligt er om in te happen. Vanuit het perspectief van een speelse zwemhond klopt dat beeld helemaal. Na anderhalve uur plonzen in het water en rollen in het zand is Plouf over het algemeen wel moe. Dan biedt een strandpaviljoen soelaas. Daar staat altijd wel een bak water te wachten op al die zee-honden. En na een uurtje bijkomen rent ze de zee weer tegemoet.

Voetstapjes in het zand
De Noordzee tegemoet

Ook het wad is een speelplaats voor honden. De waterpoeltjes en zandbanken die bij eb verschijnen, zijn voor Plouf de plek bij uitstek om pootje te baden, nat te worden en daarna lekker op de rug te wroeten in het zand. Ik had het graag in een andere volgorde gezien maar deze dame kijkt daar anders tegenaan. Een wandeling is niet geslaagd als ze na afloop niet vies is.

Het Groene Strand
Vies worden na het zwemmen

Het hotel biedt gelukkig een handdoekenservice voor vieze honden aan. Tijdens ons verblijf was het iedere dag prachtig zonnig weer, en kon ze op het gezellige terras voor Oepkes opdrogen voordat ze weer naar de kamer ging. Het zand zie je dan letterlijk uit haar dikke vacht vallen.

Opdrogen voor hotel Oepkes
Het licht van de Brandaris

Op het eiland zijn niet enkel de stranden interessant. Fietsen en wandelen zijn onderdeel van het island-life. Plouf en fietsen gaan niet samen. Ze gaat niet achterop zitten, ze wil niet in een karretje, en achter de fiets aan rennen gaat ze al helemaal niet doen. Dan blijft wandelen over. Terschelling kent een prachtige natuur met, behalve strand en wad, ook duinen en mooie bossen. En als er dan opeens achter de bomen een meertje opdoemt, weet Plouf meteen wat ze gaat doen. Doodemanskisten is zo’n stuk zoet water in de buurt van West-Terschelling. Pootje baden dus, en het liefst kopje onder.

Doodemanskisten
Panorama op West-Terschelling

Terschelling betekent ook geschiedenis en cultuur. In museum het Behouden Huys waar de hele historie van Terschelling en Terschellingers wordt verhaald, zijn honden gewoon welkom, zolang ze zich maar weten te gedragen. Plouf maakte er kennis met Willem Barentsz die hier geboren is en mocht zelfs een kijkje nemen in het nagebouwde Behouden Huys dat deze ontdekkingsreiziger aan het eind van de 16e eeuw neerzette op Nova Zembla.

In het Behouden Huys 
Monument voor alle Terschellingers die niet zijn teruggekeerd van zee

De Tweede Wereldoorlog heeft eveneens zijn sporen achtergelaten. Er staan vijfhonderd bunkers op het eiland waarvan tweehonderd onderdeel waren van de Duitse Tiger-radarstelling. Tegenwoordig is het een museum. Op het terrein zijn honden welkom, maar in de bunkers niet. Deze zijn niet bestemd voor gewone honden. Maar Plouf, onverschrokken als ze (soms) is, had er helemaal geen moeite mee. Steile trappen, nauwe ruimtes, zware deuren die dichtvallen? Geen probleem voor haar. Als hulphond mocht ze mee tijdens de rondleiding en ze heeft het gros van de tijd gewoon gekwispeld.

Voor de commandobunker
In een van de Tiger-bunkers

Ook in het wrakkenmuseum was ze van harte welkom. Ze was weliswaar te klein om in de vitrines te kunnen kijken maar ze is het inmiddels wel gewend om in musea een soort van welgemeende interesse te veinzen. Ze is dan eigenlijk gewoon aan het werk.

In het wrakkenmuseum

De hondvriendelijkheid op het eiland is fenomenaal. In alle restaurants was Plouf gewoon welkom. In het bos en in de duinen was de hond aangelijnd om de natuur niet te verstoren, maar daarbuiten was ze zo vrij als ze maar kon zijn. Ze gaat toch nooit meer dan vijf meter bij mij vandaan. De terechte tegenprestatie die van je verwacht wordt is dat je de troep opruimt die een hond achterlaat. Wat plastic zakjes bij je hebben is een kleine moeite vergeleken bij de fantastische tijd die een hond daar beleeft.

De golven in

En of Terschelling nu een hondeneiland is? Ja, het is er overheerlijk voor de duizenden viervoeters die er ieder jaar komen. Maar Terschelling is vooral een eiland voor iedereen.

Onverschrokken

Plouf ontmoet Van Gogh

Een hond hoort niet helemaal thuis in een museum. Ik schat in dat de gemiddelde hond geen neus heeft voor kunst. Een hulphond echter gaat en staat waar het baasje of het vrouwtje gaat. Plouf heeft derhalve al heel wat musea bezocht en zelfs een paar keer kennis gemaakt met Vincent van Gogh. Deze schilder staat bekend als één van de beste schilders uit de 19e eeuw.

Verveeld in het Van Gogh museum

De eerste kennismaking van Plouf met de schilder, was in Amsterdam. In het Van Goghmuseum aan het Museumplein wordt de grootste verzameling ter wereld van deze kunstenaar tentoongesteld. Een mens kijkt zijn ogen uit naar de verschillende stijlen en thema’s die deze schilder kenmerkten. Donker, licht, vrolijk, triest, natuur, stilleven, stadsgezicht. Op een hond maakt het postimpressionisme echter geen indruk en zodra de gelegenheid zich voordeed, plofte Plouf neer op de vloer, de rug demonstratief naar de schilderijen gekeerd. Na een aantal uren door de hoofdstad geslenterd te hebben, rond geparadeerd te hebben in een druk museum, vond zij dat het tijd was voor een middagdutje. Jammer voor Vincent.

Lekker buiten bij Kröller-Müller

De tweede poging was bij de op één na grootste Van Gogh collectie, en wel in het Kröller-Müller museum op de Veluwe. Plouf is daar inmiddels twee keer geweest. Het beviel haar stukken beter. Het was er beduidend minder druk en er was vooral veel afwisseling: een beeldentuin in de buitenlucht en prachtige galerijen in het hoofdgebouw.

In het Aldo van Eyck-paviljoen

De afwisseling in dit museum is heerlijk voor mens en dier. Het park van 25 hectare met bijna 200 kunstwerken nodigt eenieder uit om op z’n gemak in de natuur (voornamelijk moderne) kunstwerken te ontdekken. In het voorjaar bloeien de ontelbare rododendrons, in de herfst is de grond bezaaid met dode bladeren. Kunst en natuur combineren is behalve origineel ook rustgevend. Plouf vond het helemaal geweldig om een museum in de buitenlucht te bezoeken. Heel af en toe mocht ze even los van de riem om te poseren voor een foto in het amfitheater of tussen de sculpturen van het Aldo van Eyck-paviljoen. Het voordeel van een hulphond is dat zo’n dier dusdanig getraind is dat je hem gerust even kunt vragen om ergens te blijven zitten terwijl je achteruit loopt om een foto te kunnen maken. Plouf zal niemand tot last zijn en pas in beweging komen wanneer je haar toestemming geeft.    

Het amfitheater

Binnen het museumgebouw voelde Plouf zich wat minder vrij dan buiten. Ze is in zo’n situatie gewoon aan het werk en zo voelt ze dat ook. Ze liet zich dan ook door niemand afleiden. Ook hier moest er toch even geposeerd worden, en nu bij de werken van de meester. Het ging immers over een ontmoeting met Van Gogh. Braaf ging ze op de vloer zitten met een aantal grandioze schilderijen op de achtergrond, geduldig wachtend tot de foto gemaakt was, onder het toeziend oog van een vriendelijke suppoost.

Wie is nu de ster?

Op een gegeven moment keek ze dan toch eerst opzij, en toen achterom, alsof ze de schilderijen wilde bekijken. Ze gluurde naar het portret van Joseph Roulin en naar het prachtige doek van het caféterras bij nacht in Arles (place du forum). Of misschien was ze diep in haar hart wat ongerust omdat die meesterwerken werden gemaakt door een man die zijn eigen oor afsneed. Wat er in haar kopje omgaat zullen we nooit weten helaas.

Toch omkijken

Musea zijn niet voor honden. Een viervoeter is veel beter af op het strand of in het bos. Buiten wandelen en binnen rondlopen was voor Plouf in ieder geval een ideale afwisseling. En, eerlijk gezegd geldt dat eveneens voor heel veel mensen. Het Kröller-Müller is gewoon een heerlijk, fijn en mooi museum.

Cultuurhond Plouf

Hulphond zijn biedt Plouf het voordeel dat ze vrijwel altijd en overal mee naar toe mag. Hulphond zijn heeft ook een nadeel want ze vindt beslist niet alles even leuk. Neem nou museumbezoeken.

Het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem was haar eerste museumervaring. Ze mocht wandelen, kijken en snuffelen naar hartenlust. Ze kwam ook andere honden tegen in dit museumpark met een oppervlakte van 44 hectare. Het is een mooi ontdekkingsgebied voor gezinnen en daar horen honden soms ook bij. Dus ze zijn welkom.

Nederlands Openluchtmuseum
Nederlands Openluchtmuseum

Het Rijksmuseum in Amsterdam was toch weer anders. Ze kon maar geen gras vinden, en ook geen andere honden. Tijdens de rondgang door het statige gebouw moest ze braaf zijn, netjes lopen en zich niet af laten leiden door al die buitenlandse toeristen die haar wilden fotograferen. Een enkeling waagde het om haar, ondanks haar dekje, toch een aai te geven. Daar reageerde ze dan niet op. Het werd wel snel duidelijk dat schilderijen haar niet zo interesseren, zelfs de afgebeelde honden niet, waaronder die hele bekende die op de Nachtwacht van Rembrandt prijkt. Toen ze moe werd van het dagje Amsterdam mocht ze een dutje doen van 10 minuten alvorens vrolijk op te staan en weer kwispelend verder te lopen. Poseren voor bekende kunstwerken vond ze trouwens wel heel leuk. Mooi zitten doet ze maar al te graag als er voldoende aandacht tegenover staat.

Rijksmuseum
Rijksmuseum

Op een andere dag viel het Van Gogh museum in de hoofdstad haar ten deel. De glazen lift vond ze prachtig. Ze kon vliegen en naar buiten kijken tegelijk. Gewoonlijk vindt ze spiegels in liften al fascinerend maar dit was helemaal het toppunt voor haar. Dit vond ze ook het leukst aan dit museum trouwens. Het was erg druk in de zalen en de aanwezigheid van al die mensen kostte haar veel aandacht. Bij iedere gelegenheid die zich maar aandiende plofte ze neer om demonstratief en verveeld te gaan snurken. Een echte cultuurhond gaat ze niet worden.

Verveeld in het Van Gogh museum
Verveeld in het Van Gogh museum

Museum het Valkhof in Nijmegen was het eerste museum waar ze echt tekeer ging. Terwijl ze de trap opliep begon één van de grote kunstballen die daar lagen opeens te draaien. Een menselijke bezoeker vindt dat leuk of interessant. Zij vond het vreemd en haar geblaf galmde weldra door het halve gebouw. Ze vermande zich echter en keek wel nog een paar keer wantrouwend om terwijl ze zich naar de zalen over de Romeinse tijd liet leiden. Bij terugkeer keek ze slechts noch met een schuin oog en enige argwaan naar de inmiddels roerloze bal. Dezelfde middag was museum de Bastei aan de beurt, een paar honderd meter verderop. Het museum is niet overal erg makkelijk begaanbaar voor een hond, maar Plouf zag dat meer als spel dan als hindernis. Bij de tentoonstelling met opgezette dieren uit de regio hield ze zich heel koest. Ze gluurde naar die bever, die otter en die vogels. Aangelijnd en met haar dekje wist ze dat ze aan het werk was dus schonk ze er geen aandacht aan.

Poseren in het Valkhof
Poseren in het Valkhof

Ondertussen begin ik te begrijpen wat Plouf wel en niet leuk vindt aan een museum. Ze houdt van musea die ruim van opzet zijn zodat ze een goed overzicht heeft. Mensen zien vindt ze fijn, als het er maar niet te veel zijn. Ze heeft een hekel aan gladde vloeren en ze wil af en toe even uit kunnen rusten en wat te drinken krijgen. Trappen vermijden we om haar gewrichten te ontlasten dus als er een lift is nemen we die. Bij voorkeur een glazen lift. Daarnaast is één museum per dag wel genoeg voor haar.

Plouf op de boekcover
Plouf op de boekcover

Het laatste museum dat ze onlangs bezocht was het paleis op de Dam. Daar moest ze echt een keer heen. In mijn eind vorig jaar verschenen roman ‘Maxime I’ dat zich afspeelt aan het begin van de 18e eeuw, loopt Plouf ook over de vloeren van de Burgerzaal van het paleis. Ze staat zelfs op de cover van het boek. Fictie en werkelijkheid moesten dus eens samenkomen. Er werd door een medewerker een lift aangeboden naar de verdieping maar om de een of andere reden wilde Plouf via de brede trap naar boven. Zoveel klimmen is het immers niet. Ze heeft een hele tijd in de Burgerzaal gezeten, rustig kijkend naar de ruimte en naar de mensen. Het leek even of ze zich herinnerde hoe het daar 300 jaar geleden was. Het voormalige stadhuis van Amsterdam is blijkbaar groots en betoverend voor zowel mensen als honden.

Paleis op de Dam
Paleis op de Dam

Met een baasje die cultuur, geschiedenis en musea leuk vindt heeft Plouf nog wat musea te gaan. Daar kunnen nog flink wat blogs over geschreven worden. De stelregel daarbij is wel dat het voor allebei leuk moet zijn. Een hulphond is geen voorwerp dat je overal mee naar toe sleept. Het is een buddy, een maatje, een lieve hond die ook recht heeft op plezier, geluk en op onbezorgd hond zijn. Iedere keer mee mogen is voor haar al heel wat waard maar daarnaast krijgt ze voor en na het museum altijd de kans om uitgebreid te spelen. Zo wordt vermaak afgewisseld met focus en werken, en hebben we allebei wat we willen. Rekening houden met elkaar is dus de stelregel, zoals iedere hond het verdient.