Bonjour, Plouf!

Wanneer Plouf in de ochtend de trappen van het hotel afloopt naar het ontbijtrestaurant, klinkt van alle kanten, vanuit zowel medewerkers als gasten, een welgemeend “Bonjour, Plouf!”. Plouf kwispelt dan iedere keer met haar staart ten teken van dank en herkenning om vervolgens netjes bij de ingang van het restaurant te gaan zitten en op haar beurt te wachten. Binnen een dag na aankomst is ze al de chouchou, het lievelingetje van het leuke Grand Hôtel Moriaz aan het strand. Ze wordt zelfs mascotte genoemd.

Plouf voor het Grand Hôtel Moriaz
Plouf voor het Grand Hôtel Moriaz

Tja, dat strand. Dat begint al meteen bij het restaurant van het hotel in Cavalière aan de Franse Côte d’Azur. Het is een smalle strook zand die Plouf scheidt van haar grote favoriet: de zee. Water, water en nog eens water. Af en toe wat golfjes en vooral heel veel pret. Zwemmen is echt haar lievelingsactiviteit en de hele dag kijkt ze reikhalzend uit naar die grote blauwe zee. Er is wel een hindernis: dat hete zand dat haar voetjes brandt. Een paar keer per dag mag ze de sprint wagen en duikt ze samen met mij het water in om ruim een uur te zwemmen, met af en toe een tussenpoos in ondiep water om op adem te komen.

Water!
Water!

Vervolgens loopt ze even onder de douche om het zout af te spoelen en daarna gaat ze slapen in de schaduw: het traditionele Mediterraanse dutje. Af en toe doet ze zuchtend een oogje open als ze wat kreten hoort van de overenthousiaste pétanque-spelers voor het hotel. Ze houdt de boel duidelijk wel nog in de gaten.

Zuchten tijdens de pétanque
Zuchten tijdens de pétanque

Op de meeste stranden aan de Rivièra zijn honden in de zomer absoluut niet welkom, ook niet aangelijnd. Het hotel waar wij zijn neergestreken is echter hondvriendelijk. Het stukje strand dat ervoor ligt hoort bij het hotel en honden mogen daar komen, mits ze aangelijnd zijn. Ze mogen echter niet de zee in omdat die niet privé is. Rond etenstijd in de avond is daar overigens geen controle meer op en zie je veel viervoeters al pootjebadend verkoeling zoeken. Voor Plouf ligt het anders. Het nadeel van assistentiehond zijn is dat ze veel moet leren, altijd in het gareel moet lopen en continu alert moet zijn. Het voordeel is dat ze altijd en overal mee naartoe mag (en in mijn geval: moet). Zelfs in het vliegtuig.

Plouf in haar element voor Moriaz
Plouf in haar element voor Moriaz

Dus wanneer ik ga zwemmen, mag ze mee. Op de eerste dag kwamen politie en strandwachters wat vragen stellen over haar maar sindsdien wordt er steeds een vrolijke “Bonjour, Plouf!” toegeroepen door deze mannen wanneer ze hun ronde over het strand doen.

Een beetje onwennig in het vliegtuig
Een beetje onwennig in het vliegtuig

De baai van Cavalière loopt van de Cap Nègre tot aan de Pointe du Layet, waar voor de liefhebbers een naturistenstrandje is. Plouf is daar één keer geweest en kreeg wel vrij snel gekscherend de vraag waarom zij haar hesje niet uitdeed.

Uitzicht op Cap Nègre
Uitzicht op Cap Nègre

Overal in de baai bestaat het strand uit fijn zand en Plouf steelt regelmatig de show tijdens trainingen in het water. Ze is echt gehoorzaam. Wanneer ik de hand naar voren uitsteek, zwemt ze uit, de open zee tegemoet, maar nooit meer dan een paar meter van mij vandaan. Wanneer ik met de vingers knip komt ze onmiddellijk terug naar mij. Met de vingers een draaibeweging maken betekent vervolgens voor haar dat ze omdraait en weer uitzwemt. Andere badgasten negeert ze volledig.

Af en toe niet het water in
Af en toe niet het water in

Een hondenleven bestaat in Zuid-Frankrijk voornamelijk uit zwemmen en slapen. In Cavalière kun je mooi wandelen in de heuvels maar iedere extra meter die haar van de zee scheidt vindt Plouf maar niets. Ze gaat wel netjes mee, zoekt schaduwplekken uit om te lopen maar kijkt toch vaak heel zielig om naar dat aanlokkelijke blauwe water. Er loopt een fiets/wandelpad langs de doorgaande weg waar je ook een rustige wandeling kunt maken, alhoewel sommige nietsontziende fietsers in de praktijk gevaarlijker zijn dan auto’s. Het is de gelegenheid om die prachtige huizen te aanschouwen die aan het strand staan. Een deel ervan is vergane glorie maar veel van deze paleisjes zijn meer dan benijdenswaardig. Er zijn in ieder geval voldoende wandelroutes langs zee of door de natuur dus verveling is er in Cavalière niet bij.

Wandelroute richting de heuvels
Wandelroute richting de heuvels

De zee biedt op haar beurt een mooie vaarroute met prachtige duikgebieden. Met name het onderwaterreservaat van het eiland Port-Cros, één van de eilanden van goud die tegenover Cavalière liggen, biedt een prachtig onderwaterleven dat je al snorkelend of duikend kunt ontdekken.

Een duikbuddy tijdens een duik bij la Gabinière
Een buddy tijdens een duik bij la Gabinière

Plouf mocht mee op de boot met duikers van Sun-Plongée en was best wat ongerust terwijl ik een uur onder water bleef, maar des te vrolijker toen ik weer aan boord kwam na magische ontmoetingen met grote tandbaarzen en scholen barracuda’s. Vooral de rotspunt La Gabinière, net achter het eiland, staat bekend als één van de 80 mooiste duikplekken ter wereld.

Na het duiken op de Jean Yann
Na het duiken op de Jean Yann

Saai is het hier niet. Er zijn allerlei uitgaansgelegenheden in de buurt, in de avonden worden er langs het strand veel activiteiten voor kinderen georganiseerd, op maandagochtend is er een grote Provençaalse markt, op dinsdagmiddag -en avond een leuke souvenirmarkt en er zijn tal van bezigheden op het water. Het familiehotel ligt erg rustig, meteen aan zee, ‘les pieds dans l’eau’, en kent een fantastische keuken. Ook voor Plouf wordt er af en toe wat bereid, zoals rijst op die ene dag dat ze wat last had van haar maagje. En iedere keer dat ze verschijnt, wordt er door de attente medewerkers meteen een bak met water klaargezet.

Een uitzicht dat niet verveelt
Een uitzicht dat niet verveelt

Het hotel staat tegenover het kleine gemeentehuis dat een dependance is van het iets verderop gelegen Le Lavandou. Heel vroeger was dat gebouwtje het treinstation van het dorp. Tussen het einde van de 19e eeuw en 1948 liep er een spoorlijn van Toulon naar Saint-Raphaël en mensen konden pal tegenover het magnifiek gelegen hotel uitstappen. Dat werd aan het eind van de 19e eeuw gebouwd en honderd jaar geleden overgenomen door de familie Moriaz.

Het voormalige treinstation
Het voormalige treinstation

Om bij Frankrijk en Franse tradities te blijven, Mireille Mathieu zong het al: “On ne vit pas sans se dire adieu” (je leeft niet zonder vaarwel te zeggen). Ook Claude François zong het: “Adieu, tout finit un jour” (vaarwel, alles eindigt op een dag). Dus er komt een moment dat het “Bonjour, Plouf!” verandert in “Au revoir, Plouf!”. Dan moet deze lieve golden weer naar het vliegveld van Hyères om een vlucht te nemen naar Nederland. Dat wordt even niet zwemmen die dag teneinde droog en schoon het vliegtuig in te kunnen. Of het zielig is? Ach, de volgende dag ligt ze alweer in een recreatieplas waar ze het denk ik net zo leuk vindt als hier ook al gaat ze daar niet zo lang en vaak het water in als in Cavalière. Vakantie is toch net anders. Volgend jaar mag ze weer.

Cultuurhond Plouf

Hulphond zijn biedt Plouf het voordeel dat ze vrijwel altijd en overal mee naar toe mag. Hulphond zijn heeft ook een nadeel want ze vindt beslist niet alles even leuk. Neem nou museumbezoeken.

Het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem was haar eerste museumervaring. Ze mocht wandelen, kijken en snuffelen naar hartenlust. Ze kwam ook andere honden tegen in dit museumpark met een oppervlakte van 44 hectare. Het is een mooi ontdekkingsgebied voor gezinnen en daar horen honden soms ook bij. Dus ze zijn welkom.

Nederlands Openluchtmuseum
Nederlands Openluchtmuseum

Het Rijksmuseum in Amsterdam was toch weer anders. Ze kon maar geen gras vinden, en ook geen andere honden. Tijdens de rondgang door het statige gebouw moest ze braaf zijn, netjes lopen en zich niet af laten leiden door al die buitenlandse toeristen die haar wilden fotograferen. Een enkeling waagde het om haar, ondanks haar dekje, toch een aai te geven. Daar reageerde ze dan niet op. Het werd wel snel duidelijk dat schilderijen haar niet zo interesseren, zelfs de afgebeelde honden niet, waaronder die hele bekende die op de Nachtwacht van Rembrandt prijkt. Toen ze moe werd van het dagje Amsterdam mocht ze een dutje doen van 10 minuten alvorens vrolijk op te staan en weer kwispelend verder te lopen. Poseren voor bekende kunstwerken vond ze trouwens wel heel leuk. Mooi zitten doet ze maar al te graag als er voldoende aandacht tegenover staat.

Rijksmuseum
Rijksmuseum

Op een andere dag viel het Van Gogh museum in de hoofdstad haar ten deel. De glazen lift vond ze prachtig. Ze kon vliegen en naar buiten kijken tegelijk. Gewoonlijk vindt ze spiegels in liften al fascinerend maar dit was helemaal het toppunt voor haar. Dit vond ze ook het leukst aan dit museum trouwens. Het was erg druk in de zalen en de aanwezigheid van al die mensen kostte haar veel aandacht. Bij iedere gelegenheid die zich maar aandiende plofte ze neer om demonstratief en verveeld te gaan snurken. Een echte cultuurhond gaat ze niet worden.

Verveeld in het Van Gogh museum
Verveeld in het Van Gogh museum

Museum het Valkhof in Nijmegen was het eerste museum waar ze echt tekeer ging. Terwijl ze de trap opliep begon één van de grote kunstballen die daar lagen opeens te draaien. Een menselijke bezoeker vindt dat leuk of interessant. Zij vond het vreemd en haar geblaf galmde weldra door het halve gebouw. Ze vermande zich echter en keek wel nog een paar keer wantrouwend om terwijl ze zich naar de zalen over de Romeinse tijd liet leiden. Bij terugkeer keek ze slechts noch met een schuin oog en enige argwaan naar de inmiddels roerloze bal. Dezelfde middag was museum de Bastei aan de beurt, een paar honderd meter verderop. Het museum is niet overal erg makkelijk begaanbaar voor een hond, maar Plouf zag dat meer als spel dan als hindernis. Bij de tentoonstelling met opgezette dieren uit de regio hield ze zich heel koest. Ze gluurde naar die bever, die otter en die vogels. Aangelijnd en met haar dekje wist ze dat ze aan het werk was dus schonk ze er geen aandacht aan.

Poseren in het Valkhof
Poseren in het Valkhof

Ondertussen begin ik te begrijpen wat Plouf wel en niet leuk vindt aan een museum. Ze houdt van musea die ruim van opzet zijn zodat ze een goed overzicht heeft. Mensen zien vindt ze fijn, als het er maar niet te veel zijn. Ze heeft een hekel aan gladde vloeren en ze wil af en toe even uit kunnen rusten en wat te drinken krijgen. Trappen vermijden we om haar gewrichten te ontlasten dus als er een lift is nemen we die. Bij voorkeur een glazen lift. Daarnaast is één museum per dag wel genoeg voor haar.

Plouf op de boekcover
Plouf op de boekcover

Het laatste museum dat ze onlangs bezocht was het paleis op de Dam. Daar moest ze echt een keer heen. In mijn eind vorig jaar verschenen roman ‘Maxime I’ dat zich afspeelt aan het begin van de 18e eeuw, loopt Plouf ook over de vloeren van de Burgerzaal van het paleis. Ze staat zelfs op de cover van het boek. Fictie en werkelijkheid moesten dus eens samenkomen. Er werd door een medewerker een lift aangeboden naar de verdieping maar om de een of andere reden wilde Plouf via de brede trap naar boven. Zoveel klimmen is het immers niet. Ze heeft een hele tijd in de Burgerzaal gezeten, rustig kijkend naar de ruimte en naar de mensen. Het leek even of ze zich herinnerde hoe het daar 300 jaar geleden was. Het voormalige stadhuis van Amsterdam is blijkbaar groots en betoverend voor zowel mensen als honden.

Paleis op de Dam
Paleis op de Dam

Met een baasje die cultuur, geschiedenis en musea leuk vindt heeft Plouf nog wat musea te gaan. Daar kunnen nog flink wat blogs over geschreven worden. De stelregel daarbij is wel dat het voor allebei leuk moet zijn. Een hulphond is geen voorwerp dat je overal mee naar toe sleept. Het is een buddy, een maatje, een lieve hond die ook recht heeft op plezier, geluk en op onbezorgd hond zijn. Iedere keer mee mogen is voor haar al heel wat waard maar daarnaast krijgt ze voor en na het museum altijd de kans om uitgebreid te spelen. Zo wordt vermaak afgewisseld met focus en werken, en hebben we allebei wat we willen. Rekening houden met elkaar is dus de stelregel, zoals iedere hond het verdient.        

Plouf op zakenreis

Wat? Baasje gaat weer op reis? Op zakenreis zelfs? Plouf staat vanaf de oprit argwanend te kijken naar wat er allemaal staat te gebeuren rond de auto en voor ik het zelf in de gaten heb, zit ze al op de achterbank. Het is niet zo dat ze graag in de auto zit. Maar ze gaat wel graag altijd met mij mee. En dan neemt ze de auto voor lief. Haar eigen koffertje ligt allang in de auto met daarin een kleedje, haar lievelingsknuffel, etensbakken, brokjes, koekjes, water voor onderweg, haar hondenpaspoort …

Wachten tot de auto opgeladen is

En dan: 500 kilometer snelweg en Autobahn richting Neckarsulm, in  de Duitse deelstaat Baden-Württemberg. De standaardwoorden voor onderweg zijn ‘Stau’ en ‘Baustelle’. Daarnaast wil Plouf graag iedere 100 kilometer even de pootjes strekken. Ook moeten de accu’s van de auto af en toe opgeladen worden dus we doen er ruim zeven uur over. We rijden niet naar de stad van bestemming in de omgeving van Heilbronn, maar naar een 20.000 inwoners tellend stadje vlak in de buurt, Bad-Friedrichshall. Een Duitse collega heeft daar een aantal kamers gereserveerd in het hotel Schloβ Lehen.

De entree van het hotel

Het slot is een klein kasteeltje met 21 kamers in Renaissancestijl. Het werd gebouwd in 1553 en is in de eeuwen daarna het bezit geweest van verschillende families en keizerlijke leendragers. In 1953 werd het een hotel. Plouf vindt de kleine en wiebelende lift naar de derde verdieping best interessant. Met name de grote spiegel trekt haar aandacht. De kamer geniet meteen haar goedkeuring. Er staan twee bedden die gescheiden worden door een tussenwandje en haar keuze is snel gemaakt. Leuk om te zien hoe een hond meteen bezit neemt van een groot, netjes opgemaakt en schoon bed.

Dit wordt mijn bed!
Slapen in een kasteeltje

Er is wat groen in de buurt dus al snel maakt Plouf buiten kennis met Duitse hondjes. Achter stokjes aan rennen, door het gras rollen, ruiken aan allerlei nieuwe plekjes. De autoreis is ze al helemaal vergeten. De taxi naar Neckarsulm voor een diner in het Brauhaus met de andere Europese collega’s vindt ze minder leuk, maar een paar kilometer later ligt ze uitgeteld op de vloer terwijl iedereen vrolijk aan het eten is. Ik heb weleens gelezen dat een golden retriever per dag iets van achttien uur slaap nodig heeft. Als ik naar haar kijk, klopt dat ook wel. De zes uren die over zijn is ze dan wel superactief.

Avondeten in het Brauhaus

Na een comfortabele nacht gaat Plouf mee naar het hoofdkantoor. Voor een hond is dat echt heel saai. Ze maakt zich onzichtbaar en gaat in mijn buurt slapen naast de vergadertafels. Af en toe hoor je dan wat gesnurk. En wanneer ze terloops wakker wordt hoor je ineens het luidruchtige drinken uit de waterbak die klaar staat voor haar. Even plassen tijdens de korte pauzes. En gedurende productpresentaties is haar desinteresse zo groot dat ze demonstratief de andere kant opkijkt alvorens weer in slaap te vallen. Ze komt erachter dat mensenwerk best vermoeiend is. De lunch is voor Plouf een welkome afleiding omdat ook zij dan wat brokjes krijgt en iedereen alleen nog maar aandacht voor haar heeft. Dat is pas leven als een prinsesje. Er komen eigenlijk nooit honden op het grote hoofdkantoor.

Hard werken tijdens een productpresentatie

Na een dag vol bijeenkomsten hebben we twee uur voor onszelf. Waar de meesten even gaan relaxen, wil Plouf natuurlijk wandelen. Prima! Tijd om samen Bad-Friedrichshall te ontdekken voordat het avondeten begint. Dit is een uitgelezen moment om iets te doen aan onze kennis van cultuur en geschiedenis. Het is een mooie gelegenheid om privé en werk even te combineren.

Het Alte Rathaus

Voor de Sebastianskirche

De gemeente zelf is pas ontstaan in 1933 maar de oorsprong van het toenmalige dorp voert terug naar het Romeinse Rijk. Plouf en ik komen niet zo ver terug in de tijd maar het raadhuis uit 1597, het Greckenschloβ uit 1602 en de Sebastianskirche van voor 1100 doen je beseffen dat het niet zomaar een stadje is. Overal ontdek je wel iets wat herinnert aan heel vroeger. De tweede wereldoorlog heeft weliswaar schade toegebracht aan een aantal gebouwen, maar alles is weer in ere hersteld. Plouf zelf heeft meer aandacht voor grasvelden, perkjes en alles wat maar op water lijkt.

Terug van de businesstrip

Wanneer we na een paar nachten en weer een lange rit eindelijk thuis zijn, is ze volgens mij alles dan ook weer snel vergeten en heeft ze slechts oog voor die plas die voor haar ligt. ‘Plons’ klinkt het dan ook meteen na aankomst, waarmee Plouf haar naam weer eens eer aandoet. Reizen is misschien wel leuk, maar voor een golden als zij gaat er niets boven zwemmen. Alle reisimpressies spoelt ze weer van zich af.      

Plouf in de hoofdstad

Wanneer je in een bepaald land leeft, is het leuk om daar de hoofdstad eens van te bezoeken. Dat geldt ook voor Plouf. Dus op een zonnige zaterdag mocht ze mee de trein in voor een dagje Amsterdam.

De treinreis op zich was al wat spannend. Plouf moest zich schrap zetten door de onaangekondigde bewegingen van het treinstel. En ze was ook niet groot genoeg om naar buiten te kunnen kijken. Uiteindelijk koos ze ervoor om maar gewoon te gaan liggen, de lange staart in het gangpad, in de hoop dat niemand daar op zou stappen. Gelukkig voor haar moest er een paar keer overgestapt worden waardoor ze op de verschillende perrons nieuwsgierig om zich heen kon kijken en zich verheugde op de volgende trein..

Eerste stappen in de trein
Eerste stappen in de trein

Wat gaat een golden retriever doen in Amsterdam? Kunst of geschiedenis ontdekken? Culinair genieten? Shoppen of in de parken naar mensen en andere honden kijken? Dit alles stond op het lijstje.

Meteen na aankomst op het Centraal Station was het erg druk, iets wat deze plattelandshond niet gewend is. Overal mensen. Aan de riem baande ze zich een weg door de menigte in de richting van het Damrak. Ze begon ongedurig te trekken zodra ze de eerste gracht zag. Water! Dus: zwemmen! Het zat er niet in voor haar en wat teleurgesteld maar nog steeds onderzoekend liep ze niet veel later de Dam op. Het was tijd voor een fotosessie met het Koninklijk Paleis op de achtergrond. Plouf is dol op poseren. Zodra iemand een camera of een mobieltje tevoorschijn haalt gaat ze meteen en ongevraagd mooi zitten of netjes staan, ook wanneer iemand een foto wil maken zónder hond op de voorgrond.

Voor het Koninklijk Paleis
Voor het Koninklijk Paleis

De fotosessie op de Dam leverde nogal wat hilariteit op door de vele duiven die blijkbaar ook graag op de foto wilden. Mensen gingen netjes opzij om haar de kans te geven eventjes te stralen maar ze werd steeds weer belaagd door een hele zwerm duiven die dat ook wel een mooi plekje vonden. Goed opgevoed als ze is, ging ze niet op duivenjacht en deed ze echt haar best om een paar duifloze foto’s te laten maken. Plouf keek even naar het paleis dat vroeger, van 1655 tot 1808, het stadhuis van Amsterdam was. Toen Lodewijk Napoleon de eerste koning van Nederland werd, maakte hij er een koninklijk paleis van. Sindsdien is het zo gebleven. Plouf ging ook nog tussen alle mensen rond het Nationaal Monument op de Dam zitten. Dit gedenkteken aan de Tweede Wereldoorlog in Nederland is een plek waar altijd velen samenkomen. ‘Geschiedenis’ kon afgevinkt worden van de to-do list.

Uitrusten op het Monument op de Dam
Uitrusten op het Monument op de Dam

Vervolgens dook Plouf de Kalverstraat in, en dat op een zaterdagmiddag. Zoveel mensen had ze nog nooit bij elkaar gezien. Tot aan de Munttoren toe was het druk. En het ergste van alles: er was geen groenstrookje te bekennen om even te kunnen plassen. Het vragende snoetje ging steeds heen en weer. ‘Mag het hier?’ of ‘Kan het hier misschien?’ Het oversteken van de grachtengordels leverde de nodige afleiding op met toch weer die ijdele hoop dat ze misschien mocht zwemmen.

Even een knuffel nodig bij de grachtengordels
Even een knuffel nodig bij de grachtengordels

Toen eenmaal het uit 1885 stammende Rijksmuseum in zicht kwam was voor Plouf de verlossing nabij. Onder de poort door zag ze het Museumplein met daarachter allemaal zonovergoten grasvelden. Ploeteren in het water is lekker maar een snoekduik nemen in het gras en dan ongegeneerd rollebollen eveneens. Tot groot vermaak van de vele toeristen die daar aan het genieten waren, ging ze helemaal los. Met wat groene strepen op de dikke witte vacht mocht ze wat later bij het kunstzinnige Cobra Café een flinke bak water leegslurpen.

Tong uit de bek op het Museumplein
Tong uit de bek op het Museumplein

Een verblijfje bij Cobra was niet genoeg om ‘kunst’ af te vinken. Statig stond het Rijksmuseum haar op te wachten voor veel meer kunst. Een hond is gewoonlijk niet welkom in het Rijksmuseum maar aangezien Plouf een assistentiehond is en dus feitelijk de hele dag al aan het werk was, mocht ze toch mee naar binnen. Braaf, aan de korte lijn, dicht in de buurt van het baasje, nadat haar pasje gecontroleerd was, ging ze op ontdekkingstocht door het fenomenale gebouw. Met de lift mocht ze naar boven en naar beneden, ze ging netjes zitten bij elk kunstwerk dat langdurig werd bekeken en ze mocht ook een dutje doen tussendoor om even bij te komen van al die hoofdstedelijke indrukken. In veel zalen werden de camera’s en mobieltjes van kunstliefhebbers even op haar gericht en vormde ze zelf een mooie en knappe attractie. En tenslotte moest ze toch even poseren voor de Nachtwacht van Rembrandt die sinds een paar maanden in een nieuw glazen huis staat. Het hondje dat afgebeeld is op het wereldberoemde schilderij zag ze niet maar dat had op zijn beurt ook geen oog voor haar.

Voor de Nachtwacht
Voor de Nachtwacht

Het museumbezoek verliep best goed. Het was wel druk maar niet zo vol als in de stad. Plouf kwispelde vaak en was zichtbaar blij dat ze mee mocht. Heel veel mensen kwamen op haar af om haar te strelen, waarbij het teken ‘niet afleiden’ op haar rug de bezoekers telkens weer deed terugdeinzen. Op momenten dat haar focus ligt op begeleiding wil ze eigenlijk ook helemaal niet geaaid worden. Soms draaide ze zich om met een blik van ‘mag het nu wel even?’ en na toestemming liet ze zich dan kort verwennen zonder zich echter te laten afleiden.

Na een bezoek aan een iedere keer weer mooi en interessant Rijsmuseum was het wederom even tijd voor Cobra en voor het Museumplein. Wat brokjes, koel water, spelen en een kort dutje voordat het de beurt was aan het moment ‘culinair’. Daarvoor mocht Plouf mee naar restaurant Rijks dat in 2014 de deuren opende in één van de vleugels van het Rijksmuseum. Al gauw kreeg het restaurant een Michelinster en in 2019 werd het zelfs uitgeroepen tot één van de 50 beste restaurants ter wereld. Plouf heeft daar niet zoveel te zoeken want ze is helemaal tevreden met haar brokjes van Royal Canin. Als werkende hulphond mocht ze wel mee het fijne restaurant in. Ze nam genoegen met een bak water en af en toe een stukje brood om vervolgens urenlang in een hoek van de zaal naast de tafel te gaan slapen, uitgeput na een lange dag.

Mooi zitten bij Rijks
Mooi zitten bij Rijks

Het enige wat ontbrak aan deze zaterdag vol met drukte en indrukken was het shoppen. Daar was gewoonweg geen tijd voor. Plouf verdient het namelijk om af en toe ook lekker te kunnen spelen en gewoon hond te zijn. En daar waren de grasvelden van het Museumplein erg geschikt voor. De volgende ochtend, weer thuis, meteen nadat ze wakker werd, nam ze alweer de eerste verkoelende duik in het meer. Ze stak haar kop onder water om op de bodem op zoek te gaan naar stenen. Daar onder de oppervlakte bevindt zich haar eigen museum vol met schatten. De grote, drukke maar ook wel leuke hoofdstad was ze alweer vergeten.