Plouf in het Arctische noorden

In januari maakte Plouf haar meest noordelijke reis. Ze belandde op 69°36’NB, 400 kilometer boven de Poolcirkel, in het Noorse stadje Tromsǿ. Deze stad op het eiland Tromsǿya is de poort naar de Noordpool, het punt dat iets meer dan 2000 kilometer hoger ligt. Hiervandaan vertrokken vroeger ontdekkingsreizigers om Arctica te onderzoeken.

De sneeuwvlaktes tegemoet

Transavia

Plouf is wat minder avontuurlijk dan de reizigers van weleer en vloog heel comfortabel vanaf Schiphol met Transavia. Het is een rechtstreekse vlucht van drieënhalf uur. We waren met z’n tweeën, plus Plouf erbij. We zaten op de eerste rij, dus Plouf had alle ruimte om languit aan onze voeten te liggen tijdens de vlucht. Ze vindt vliegen helemaal prima. Als gecertificeerde hulphond kan ze gewoon mee in de cabine en Transavia gaat daar erg zorgvuldig en fijn mee om.

In de Boeing 737

Zelfs op het vliegveld liep alles mooi vlot om 5 uur in de ochtend. Inchecken, snel weer naar buiten om nog een laatste plasje te doen, vervolgens door de security heen, waar Plouf gefouilleerd werd. Dat laatste vond ze wel leuk. En toen was het rustig wachten tot we aan boord konden.  

Poolnacht

De Poolnacht doet iets met het bioritme van een hond. Van eind november tot half januari komt de zon niet op in Tromsǿ. Wij landden op de voorlaatste dag van die Poolnacht en de dag erop konden we Soldagen meemaken, de eerste keer dat de zon weer boven de horizon verscheen en een roze-oranje gloed over de bergen en de besneeuwde vlaktes wierp. Daarna was er steeds daglicht van 10.30 uur tot 13.30 uur. Een mens kan op een klokje kijken en snapt het wel. Plouf begreep er niet zoveel van.

Soldagen

Wat ze wel begreep, was dat de massa’s sneeuw die iedere dag weer ververst werden door nog meer sneeuwval, heel uitnodigend waren om in te spelen, en weer te spelen. Het was niet zo koud, iets van 10 graden onder nul, en Plouf had helemaal geen zin in schoentjes en een jasje.

Als een ijsbeertje in de sneeuw

Ze wilde zelfs zwemmen in de koude Arctische zee, maar om te voorkomen dat ze daarna zou veranderen in een wandelende ijspegel, hebben we dat maar niet toegestaan. Haar dagelijks bad was een heus sneeuwbad, dit tot vermaak van veel mensen die maar al te graag met haar op de foto wilden.

Op de foto met Plouf

Hondonvriendelijk

Het hotel was erg fijn. Huisdieren waren er gewoon welkom. Plouf kreeg bij aankomst van de receptionist meteen een hondenkoekje en er waren zelfs deurhangers om de schoonmaak te attenderen op het feit dat er een hond in de kamer was.

Pet in room

In de lange gangen kon ze heerlijk en ongegeneerd achter haar balletje aan rennen en we kregen ook wat folders met informatie over waar het leuk was om het haar te wandelen.

Op de 5e verdieping van het hotel

Voor de rest was Tromsǿ behoorlijk (hulp)hondonvriendelijk. Alhoewel Noren gek op honden schijnen te zijn, ontstond er bij ieder restaurant en ieder museum een discussie over het toelaten van de hulphond. Ook in Noorwegen geldt dat hulphonden niet geweigerd mogen worden. Dat moest keer op keer uitgelegd en bewezen worden, en soms ging dat gepaard met felle discussies. Dat iemand de regels niet kent kan gebeuren, maar dat die persoon dan ook niet bereid is om navraag te doen is niet uit te leggen. Uiteindelijk zijn we stamgast geworden bij twee fijne restaurants met lekker eten waar Plouf als hulphond meer dan welkom was, en waar ze ook iedere keer een bakje water voorgeschoteld kreeg: Kaia bar & bistro en Egon.

Poort naar de Arctische Zee

De Tourist Shop Tromsǿ verdient op haar beurt ook een complimentje: alle honden zijn daar welkom. Het staat zelfs aangekondigd op de deur.

Voor de Tourist Shop

Fjellheisen

Een brug verbindt het eiland Tromsǿya met het vasteland. Dat was de kans voor een mooie wandeling voor Plouf. Aan de andere kant van de brug staat de IJszeekathedraal, waar Plouf met heel veel mensen op de foto moest.

Poseren voor de kathedraal

Iets verderop is een kabelbaan, Fjellheisen, waarmee we de berg op konden om vanaf een hoogte tussen 421 en 642 meter uit te kijken over Tromsǿ enerzijds en maagdelijke, besneeuwde poollandschappen anderzijds. Plouf mocht los en rende, ploeterde en rolde door de sneeuw, helemaal blij. Op dat moment kwam voor de eerste keer de zon tevoorschijn. Een beter moment en een betere plek hadden we niet uit kunnen kiezen.

Op de berg

Bij de uitstapplaats van de kabelbaan was het nog druk, ook in het restaurant wat daar lag, maar des te meer we naar boven liepen door de sneeuw, des te minder mensen er waren. Plouf keek af en toe om zich heen, op zoek naar eventuele speelkameraadjes, maar ze was echt de enige hond in de sneeuwvlakte.

De hoogte in

Aurora borealis

Een prachtig natuurverschijnsel waar dit gebied om bekend staat is het Noorderlicht. De eerste avond al was het raak en Plouf stond, net als vorig jaar in Fins Lapland, model onder het groene licht, vlak voor de ingang van het hotel. Ik had zelf amper de kans om haar te fotograferen want iedereen drong voor om met haar te poseren. Geen zorg. We werden verwend want vrijwel iedere avond trakteerde de natuur ons op dit magische verschijnsel waar je amper genoeg van krijgt.

De eerste avond

Kilometers door de sneeuw

Plouf heeft heel wat kilometers afgelegd op het eiland. Ze kende de weg in het centrum van het stadje en in de haven al snel uit haar hoofd, maar we zijn ook veel aan de wandel geweest op de rest van het eiland. De sneeuw maakte alles mooi voor ons en leuk voor haar.

Wandelen op het eiland

Het Poolmuseum mocht Plouf aanvankelijk niet in, omdat de receptioniste bang was dat ze de opgezette dieren, en vooral de reusachtige en volgens haar kostbare ijsbeer, zou aanvallen. Plouf interesseerde al die jachttrofeeën helemaal niets. Ze keek niet eens naar het kleine ijsbeertje dat eigenlijk best wel wat op haar leek. Op een foto in het museum zie je sledehonden van expedities van een eeuw geleden. Eén van de honden, vooraan, had wel wat weg van Plouf.

Het ijsbeertje in het Poolmuseum
Sledehonden voor het schip de Fram

Aan de andere kant van het eiland ligt het Arctische universiteitsmuseum, waar we na een flinke winterse wandeling aankwamen en waar Plouf een stuk meer welkom was dan in het Poolmuseum. Maar ook daar reageerde ze niet op poppen, opgezette zeehonden of ijsberen. Het enige wat haar aandacht wist vast te houden, was een tekenfilm die op een groot scherm werd afgespeeld en waarin tijdens een presentatie van de evolutie steeds andere dieren voorbij kwamen lopen. Dat vond Plouf toch wel heel vreemd.

Bij een Sami-tentoonstelling

Eerlijk gezegd vond zij, in tegenstelling tot de meeste bezoekers, de wandeling naar en van het museum leuker dan de tentoonstellingen zelf. Stedentrips en vakanties waardeert ze, zolang er voor haar ook wat fijns te doen is.

Onderweg, bij de Elverhǿy-kerk

Water en sneeuw

Plouf is dol op water en sneeuw. Gelukkig voor haar viel er toen we eind januari terug kwamen in Nederland meteen weer een pak sneeuw, waardoor de pret nog even kon doorgaan.

Vertrek vanaf Tromsǿ

Plouf en het overherfsten

Overwinteren in Frankrijk klink erg leuk. Overherfsten eigenlijk ook wel. Nu is een hele herfst wel erg lang. Toch reisden Plouf en ik afgelopen najaar even een weekje af naar de Aveyron, en wel naar het oude stadje Rodez.

Air France KLM

Vakanties van Plouf beginnen vaak met een vliegreis, zo ook nu. Het werd een Air France KLM vlucht van Amsterdam naar Toulouse. Op Schiphol werden we door een grondstewardess uit de rij gehaald om versneld in te checken. Dat was heel welkom, want het scheelt stress voor Plouf. En hiernaast had ze daardoor nog ruim de gelegenheid om even naar buiten te gaan en te plassen op een grasveldje, alvorens door de securitycheck te gaan.

Boarden op Schiphol

We mochten als eersten aan boord en ik had twee stoelen geboekt. Plouf mag weliswaar niet op de stoel zelf zitten, maar ze had nu volop ruimte op de grond zonder medepassagiers tot last te zijn. Plouf vindt vliegen helemaal prima. In het begin en vooral tijdens de take-off vindt ze het weliswaar wat spannend, maar eenmaal in de lucht ligt ze meestal met haar kop langs het gangpad iedereen te observeren. Alleen het landen vindt ze akelig, maar goed, daarna mag ze er ook uit.

In het centrum van Rodez

Rodez

We mochten nog anderhalf met de auto van Toulouse naar Rodez. Autorijden vindt Plouf niet fijn, maar we werden opgehaald door vriendin Timo dus we konden samen op de achterbank zitten. Dat vindt ze ongeveer acceptabel.

Samen met Tichat

Eenmaal in Rodez moest Plouf even wennen aan het huis waar we zouden logeren, en vooral aan de kat des huizes. Deze had nog nooit een hond van zo dichtbij gezien. Plouf wilde even vrolijk gedag zeggen maar daar was Tichat niet van gediend. Geen punt. Plouf heeft haar best gedaan om de kat gewoon te negeren, en dat ging goed.

Rodez is een kleine stad die al 2.500 jaar bestaat, gebouwd op een heuvel. Er wonen 26.000 mensen. 29% van de Fransen heeft een hond, dus reken maar uit hoeveel honden hier leven. Plouf was er op haar plek, want na de Duitse herder is de Golden retriever de favoriete rashond in Frankrijk.

In de Jardin du Foirail

Plouf vond het heerlijk daar. In het centrum, niet ver van huis, ligt een park, de Jardin du Foirail, waar ze regelmatig over het gras kon rollen en Franse honden kon ontmoeten om mee te spelen.

Aan de rand van het park ligt het museum Pierre Soulages. Tien jaar geleden werd het museum geopend, in aanwezigheid van de kunstenaar zelf. Hij overleed in 2022 op 103-jarige leeftijd. Een groot deel van zijn werk kenmerkt zicht door schilderijen die bestaan uit zwarte lijnen en minimale vormen.

Plouf voor één van de werken van Soulages

Plouf mocht als hulphond mee het museum in maar had eerlijk gezegd weinig interesse in die grote tableaus die dankzij de lichtinval kleuren lijken te vertonen. Het effect wordt ook weleens zwart licht genoemd. Sommige bezoekers hadden ook meer interesse in Plouf dan in de kunstwerken.

Voor de kathedraal

Plouf vond het interessanter om de uit de 13e eeuw stammende en uit rode zandsteen gebouwde kathedraal Notre-Dame de Rodez van binnen te bekijken. Het was er koel, een beetje donker, ruim, en ze kon naar al die bezoekers staren. Die mensen keken ook terug, zich afvragend wat een hond in de kerk deed. Een priester kwam voorbij en liet ook zijn blik vallen op Plouf. Hij zag haar hulphond-hesje en glimlachte vriendelijk. Heel vroeger waren honden altijd welkom in kerken. Tegenwoordig wordt daar onnodig moeilijk over gedaan.  

In de middeleeuwse kerk

De klokkentoren reikt met 87 meter naar de hemel en is de hoogste van Frankrijk. We hebben niet eens gekeken of we naar boven konden. Traplopen is voor een hond die al wat ouder aan het worden is niet de meest gezonde bezigheid. En vanaf de begane grond was de kathedraal al indrukwekkend genoeg.

De art deco rondeiding

We hebben heerlijk geslenterd door dit provinciestadje, steeds opnieuw. We logeerden in het centrum dus we hadden een mooie uitvalsbasis om steeds weer wat nieuws te ontdekken, van historische gebouwen tot restaurants waar ook Plouf met open armen werd ontvangen. We hebben ook een rondleiding gehad om de art deco invloeden op de architectuur van honderd jaar geleden te ontdekken.

Pelgrimstocht

Eén keer zijn we de stad uit geweest, met de auto, om 40 kilometer verderop een etappeplaats van de pelgrimstocht naar Santiago de Compostella te ontdekken. We hebben geen deel van de tocht gelopen. Plouf houdt wel van wandelen, maar enkel en alleen als het op het strand is of in de sneeuw. Struinen in de bergen vindt ze helemaal niets en dan wil ze spontaan iedere paar honderd meter uitrusten terwijl ze achterom kijkt, in de hoop dat we gauw weer terug gaan.

Voor het dorpje Conques

De etappeplaats heet Conques. In dat gehucht ligt weer een verbinding met Pierre Soulages, die in de 12e eeuwse abdijkerk van Sainte Foy in de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw de meer dan honderd glas-in-loodramen verving. Ook hier paste hij zijn minimalistische stijl toe, met eenvoudige vormen in vele tinten wit en grijs.

In de abdijkerk, voor de ramen van Soulages
Op ontdekkingstocht

Plouf mocht de abdijkerk betreden, er omheen snuffelen, plassen zelfs, en uiteindelijk neerstrijken op een terras voor de enorme en indrukwekkende kerkdeuren die zich al bijna duizend jaar openen en sluiten voor gelovigen en bezoekers. Na een bak water verorberd te hebben moest ze toch even voor dat stukje historie poseren. Op de foto zie je haar amper. 

Eeuwenoude deuren

Toulouse

Vakanties gaan voorbij, zo ook het verblijf in de Aveyron. Op een gegeven moment moesten we weer inchecken voor een Air France KLM vlucht terug naar Amsterdam. Toulouse is een prachtig vliegveld voor honden omdat er grasvelden zijn aangelegd voor de terminal.

Vliegveld van Toulouse Blagnac

Ook op dit vliegveld werden we er uitgepikt door een grondstewardess om vooral snel en makkelijk door het proces van inchecken en security te gaan. We waren ruim voor alle anderen aan boord. Daardoor konden we nog even een foto maken van Plouf in een lege Embraer 190. Plouf lag na het opstijgen al snel te snurken na een voor haar best inspannende vakantie.

Als eerste aan boord

Plouf en het Texelse Slufterlicht

Plouf was nog nooit op Texel geweest. Texel is natuurlijk een eiland, en derhalve omgeven door zee en daarnaast voorzien van lange en brede stranden. Voor een golden retriever is dat de ultieme vakantiebestemming.

Eerder deze maand mocht Plouf dan mee. Na de voor haar (te) lange rit naar Den Helder rook ze de zee. Vanaf de boot keek ze naar de golfjes en droomde ze vast al van de eerste duik in het zoute water.

Op de veerboot

Met een groep schrijvers mocht ik vijf dagen doorbrengen op het eiland om mee te werken aan een boek, een verhalenbundel. Ieder z´n eigen verhaal, zestien in totaal, met als thema één van de Waddeneilanden. De titel van dit boek, de zevende al in de reeks, is bedacht door medeschrijver Yolanda: ´Slufterlicht´. Het verschijnt in mei volgend jaar en de opbrengsten gaan naar een mooi doel: Tesselhuus.

De auteurs van ‘Slufterlicht’

Plouf had pech. Ze werd ziek. Ze verloor wat bloed dat spontaan uit haar darmen leek te stromen, en de eerste dag laat op de avond zat ze al bij de dierenarts. Ze had koorts en had waarschijnlijk een virusinfectie opgelopen. Voor de actieve Plouf werd het verblijf noodgedwongen waar een vakantie eigenlijk voor bedoeld is: rust en nog eens rust.

Zwarte Mika

Mijn verhaal in het boek zal ‘Zwarte Mika’ heten. Het gaat voor een deel over de Georgiërs die in de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog op Texel waren gestationeerd. De Duitsers hadden hen de keuze gegeven tussen vreemde krijgsdienst (Wehrmacht) of krijgsgevangenschap met een bijna zekere dood tot gevolg. Deze mannen hadden om te overleven voor de eerste mogelijkheid gekozen. In april 1945 kwamen ze in opstand tegen de Duitse bezetters en de meesten van hen werden gedood. Ze liggen begraven nabij Oudeschild. Toen het na twee dagen ietsje beter ging met Plouf, ze geen koorts meer had en steeds maar weer knuffels aansleepte om te spelen, zijn we daarnaartoe gegaan. We hadden een hotel in Den Burg dus het was geen grote en belastende expeditie voor haar.

Plouf voor de namen van de Georgiërs

De gesneuvelde Georgiërs liggen onder rozenstruiken waarvan sommige nog in bloei stonden begin november. Plouf heeft als veteranenhond respectvol geposeerd voor de namen van deze mannen, en voor het monument. Hoe goed of hoe fout deze soldaten waren, doet er vandaag niet meer toe. Ook zij probeerden de oorlog te overleven. Ze wilden niet voor de nazi’s vechten maar ook niet terugkeren naar de Sovjet-Unie om vermoord te worden onder het bewind van Stalin.

Voor het monument

Oudeschild

De volgende dag stond Plouf heel vrolijk en blij op. Ze had weliswaar nog wel diarree maar ze was het thuisblijven overduidelijk zat. Het dorp Oudeschild speelt ook een rol in mijn verhaal, dus we hebben daar een stukje gewandeld door het dorp, in de haven en langs het wad.

Poseren in Oudeschild

Het was mooi weer en de warme zon maakte het bijzonder aangenaam buiten. Plouf heeft lekker liggen rollen in het gras. Af en toe keek ze triest naar die zee die zo dichtbij was, maar die net nog even een stap te ver was voor haar.

Op de dijk van Oudeschild

Op de laatste dag uiteindelijk mocht Plouf nog eens mee naar Oudeschild, nu om het prachtige museum Kaap Skil te bezoeken. Hier liggen ware schatten die 400 jaar lang op de zeebodem voor Texel hebben gelegen, waaronder een prachtige trouwjurk. De echte ligt dan wel in een vitrine, maar Plouf mocht even poseren in/achter een mooie replica. Een jutter vertelde prachtige verhalen. Voor mensen was dat heel boeiend. Plouf viel er echter bij in slaap, dromend van het moment dat ze zelf weer naar het strand zou mogen. Een vakantie op een eiland zonder de zee in te duiken is immers geen echte vakantie.

Poseren in de beroemde jurk

Paal 15

Na het museumbezoek hadden we nog wat tijd over. Plouf zat boordevol energie na rustige dagen. Dus zijn we naar Paal 15 gereden, aan de Noordzeekust. Brave Plouf was zodra we de auto uit kwamen meteen al onrustig. Ze zag het zand, de duinen, en ze wist dat de zee erachter lag. Zodra die in zicht kwam, stoof ze weg. Ze keek een paar keer om, wachtend op de bevestiging om door te mogen rennen, en weldra lag ze in het heerlijke water. De zon stond al wat lager aan de hemel en Plouf genoot volop van het vakantiegevoel. Dit was letterlijk een golden hour. Eindelijk! Springen, duiken, rennen, schudden, kwispelen. Ze was zo blij en dankbaar.

Golden hour

Ze ging zelfs zonder morren mee toen we aanstalten maakten om terug te lopen naar de auto. Voor haar is dat een unicum. Ze kon het evenwel niet laten om op het laatste moment drijfnat lekker in het zand te rollen.

Rollen in het zand

’s Avonds tijdens het eten lag Plouf tussen de tafels op de grond. Ze ademde rustig en af en toe hoorde je haar snurken, nog steeds nagenietend van dit vakantiedagje. Verder dan Den Burg, Paal 15 en Oudeschild zijn we niet gekomen teneinde haar de rust te geven die ze verdiende. Ik had nog graag het natuurgebied de Slufter met haar ontdekt, of een foto van haar gemaakt voor de vuurtoren. Dat was gewoon net even te ver voor een niet heel fitte hond. Gelukkig hing er een grote foto van deze vuurtoren in de badkamer van de hotelkamer. Plouf mocht even poseren.

Voor de vuurtoren van De Cocksdorp

Het verhaal over zwarte Mika is nog niet af. Het duurt dan ook nog een half jaar voordat het boek verschijnt. Voorlopig zijn we ook druk met het geven van presentaties in het kader van ons boek ‘Hulphond met een missie’. Maar één ding is zeker: ook Plouf staat op de foto van de schrijvers op de achterkant van dit nieuwe boek.

Molen Windlust in Oudeschild

Plouf en Plouf

‘Plouf’ is het Franse woord voor ‘plons’. Het is een naam die goed past bij golden retrievers en andere honden die gek zijn op water. Begin september mocht Plouf naar het Franse dorpje Dannemois, voor een bezoek aan het landgoed waar de oorspronkelijke Plouf woonde, de hond naar wie zij is vernoemd.

De weg naar Dannemois

Het landgoed, bestaande uit een middeleeuwse watermolen en een flink stuk grond, behoorde toe aan de zanger Claude François, die in de jaren 60 en 70 de Franse hitlijsten aanvoerde totdat hij verongelukte in 1978. In dit domein kon hij de drukte van de showbusiness ontvluchten en tussen de concerten door met zijn familie verblijven. Het is aan de rand van het zwembad op het landgoed dat hij in 1967 het nummer ‘Comme d’habitude’ schreef, dat later gecoverd zou worden door Paul Anka, Frank Sinatra en duizenden anderen onder de titel ‘My way’.

Plouf op het landgoed

Claude François had een cocker spaniël met de naam Jicky. Slechts weinigen herinneren zich die naam nog, maar velen kennen de hond. Het speelse dier had de gewoonte om gevraagd en ongevraagd een aanloopje te nemen om in het zwembad te springen. Wanneer de gasten van de zanger de bijbehorende plons hoorden, werd er keer op keer luidkeels ‘plouf!’ geroepen. Al snel werd dat de bijnaam van de cocker en ging de oorspronkelijke naam verloren.

Claude François en Plouf in 1964

Zelf ben ik in Frankrijk opgegroeid en als tienjarig jongetje was ik al fan van de zanger. Dat is nooit overgegaan, zelfs niet 47 jaar na zijn dood. Ik verzamelde toen al alles wat maar uitkwam van hem. Ik verwijs niet voor niets naar Claude François en zijn Plouf in mijn boek ‘Hulphond met een missie’.

Plouf voor de watermolen

Claude François is nog steeds populair in Frankrijk. Zo werden twee van zijn hits afgespeeld tijdens de opening van de Olympische Spelen in Parijs en zijn er inmiddels bijna 200 boeken over hem verschenen. Mijn vorige honden heetten Lady, Filou en Makina, maar toen in 2018 een spierwitte golden retriever bij mij kwam, noemde ik haar Plouf. Dat was enerzijds een eerbetoon aan de zanger, en anderzijds een knipoog aan de liefde voor water, die zich weldra zou ontwikkelen. Als Plouf niet van water had gehouden, hetgeen ook bij goldens weleens voorkomt, was het een wat vreemde naam geweest.

Bij het zwembad van Plouf

De watermolen van Dannemois staat er nog steeds, iets ten zuiden van Parijs. Na een periode van verval is het in ere hersteld en is het net zo ingericht als ten tijde van de artiest, met de oorspronkelijke meubels en details. Het is een museum waar fans en nieuwsgierigen graag komen om in die magische wereld van de jaren 60 en 70 te duiken. Aan de rand van het kleine dorp bevindt zich de begraafplaats waar Claude François samen met zijn ouders is begraven. Zoveel jaar na dato is het graf nog altijd dag in dag uit bedekt met bloemen.

Voor het graf van Claude François

Met Plouf en een vriend maakten we de reis naar Dannemois. Zelf ben ik er al meerdere keren geweest, maar voor Plouf was het de eerste maal. In het rustige dorp aangekomen reden we naar het graf, om daar bloemen neer te leggen. Het was er doodstil. Een bronzen standbeeld van Claude François waakt over zijn graf, naast het borstbeeld van Chouffa, zijn moeder. Aan de zijkant van het familiegraf staan gouden letters gegrift in het marmer. ‘Claude François – 1 Février 1939 – 11 Mars 1978’. Het was mooi weer, en toen we aanstalten maakten om naar de watermolen te gaan, kwamen er alweer andere mensen aan. Iedere dag opnieuw. Zo lang al.

Ons boeket op het graf

Aangekomen bij de watermolen liepen we door de poort waar hij altijd doorheen ging. We konden meteen aansluiten bij de rondleiding. De wereld van Claude François ging voor ons open. De zitkuil met de open haard van de ‘maison américaine’ waar hij zijn gasten ontving, lederen meubels uit de jaren 70, antieke stukken, kunst die de zanger waardeerde, zijn piano, zijn bed, gebruiksvoorwerpen, het gigantische zee-aquarium… het was alsof de tijd stil was blijven staan.

In de ‘maison américaine’

Plouf mocht overal komen, overal poseren voor een foto. We stonden bij het zwembad waar haar naamgenoot zo graag in sprong. Dat plonzen had ze ook wel willen doen maar dat was net een stap te ver. Het landgoed is minder groot dan toen. Een deel is verkocht om huizen te bouwen. Maar wat er nog ligt, is prachtig aangelegd.

Voor de zitkuil

Plouf ging op de foto op een bankje waar de zanger in de jaren 70 ook eens op poseerde. Hetzelfde bankje, op hetzelfde tegelplateau, met dezelfde treurwilgen en de molen op de achtergrond. De bomen zijn een stuk groter inmiddels, maar voor de rest is alles nog net als toen.

Poseren op het beroemde bankje
Claude François op hetzelfde bankje

Plouf poseerde voor het rad van de watermolen en langs het riviertje ‘l’École’ dat door de tuinen stroomt. Ze stond model in de kelderruimte waar een tentoonstelling is ingericht van kostuums die Claude François en zijn danseressen (de Clodettes) droegen tijdens de vele optredens. Een paar jaar terug was ik naar een veiling in Parijs geweest waar enkele van zijn spullen werden verkocht. Ik wilde ook zo’n pak bemachtigen. Het kledingstuk waar ik mijn zinnen op had gezet (het zilverkleurige pak rechts achter Ezra op de foto) ging uiteindelijk weg voor 42.000 €, plus belasting en kosten voor het veilinghuis. Ik heb er van afgezien. Er werd gelukkig veel opgekocht door de eigenaren van de watermolen, ter verrijking van de tentoonstelling.  

Met de kostuums op de achtergrond

In een deel van de watermolen is een fijn restaurant ondergebracht, waar we ontspannen konden afsluiten in de zon, naast het nog steeds draaiende houten rad. Er worden regelmatig Claude François evenementen georganiseerd. Dinnershows genieten er veel belangstelling en zijn al maanden tevoren volgeboekt. Dan treden er dubbelgangers op in een prachtige sfeer. Daar ben ik ook geweest.

Een beetje eng voor dat draaiende rad

Plouf en Plouf. In het levensverhaal van Plouf, hier en op haar Instagram-account, hoorde deze bijzondere en nostalgische ontmoeting gewoon even thuis. Haar naamgenoot heeft ze niet ontmoet na die tientallen jaren, maar het eerbetoon was er niet minder om.

De molen van Claude François

Luitenant Plouf

Deze blog gaat over de rol die Plouf vervult als ambassadeur, en tegenwoordig als luitenant. In mijn boek ‘Hulphond met een missie’ meld ik dat assistentiehonden weliswaar een bekend verschijnsel zijn in onze maatschappij, maar dat ze nog lang niet zijn ingeburgerd.

Evenals andere hulphonden, laat Plouf zien wat een helpende hond allemaal doet. Met meer dan een miljoen weergaven per jaar op haar Instagram-profiel, veel lezers van haar blogs en uitstekende recensies over het eerder genoemde boek, toont zij haar leven.

Aan het werk bij Defensie

Overdag is Plouf aan het werk bij Defensie, in een kantooromgeving, samen met mij. Ze doet overal aan mee, en als dat even niet kan, kijkt ze rustig toe. Collega’s zijn gewend aan haar en ze vergezelt me naar vergaderingen, naar de eetzaal en naar andere locaties. Ze vindt het leuk om af en toe even te buurten bij mensen die ze goed kent en die vrijheid krijgt ze ook. Die witte hond met een blauw-geel hesje hoort er gewoon helemaal bij.

Trots op haar nieuwe dekje

Een paar weken geleden werd die integratie nog eens extra benadrukt bij haar bevordering. Tijdens een ceremonie waar enkele tientallen collega’s aan deelnamen, kreeg Plouf een nieuw dekje en werd ze gepromoveerd. Door het kledingbedrijf van Defensie was een hesje op maat gemaakt, in dezelfde stof als de gevechtstenuen van de landmacht en de luchtmacht. Haar naam stond er zelfs op, net als bij militairen, geborduurd op een naamlint met klittenband.

Collega’s die het nieuwe hesje hebben gemaakt

De generaal was op bezoek voor de bevordering. De kolonel las formeel de beschikking voor waar onder meer de volgende tekst in stond:

“… besluit, vanwege het bekleden van een functie waaraan die rang is verbonden, te bevorderen tot het beroepspersoneel van de Krijgsmacht, met ingang van 3 september 2025, tot tweede-luitenant, assistentiehond Plouf.”

Plouf tijdens de bevordering

Vervolgens werd door de generaal het rangonderscheidingsteken behorende bij tweede-luitenant op het dekje geschoven: een gele ster. In zijn toespraak lichtte de generaal toe wat een luitenant nu eigenlijk is. Het woord komt van het Franse ‘lieu-tenant’, plaatsvervanger dus, of assistent. Een toepasselijkere rang is er niet. Zijn afsluitende woorden luidden:

“Moge je nieuwe rang niet zozeer je taken verzwaren, maar vooral bevestigen wat wij allang weten: dat jij een onmisbaar onderdeel bent van deze roedel.”

Een dekje met gouden letters

Sindsdien loopt Plouf op de kazerne in haar eigen uniform, maar wel met voor haar borst een blauw-gele bandana die haar herkenbaar maakt als hulphond. Een militair dekje met een ster is een fantastische blijk van erkenning en waardering, maar heeft geen officiële waarde. Het onderscheidt haar niet als assistentiehond.

Kort geleden raakte Plouf de ster alweer kwijt. Een luitenant van de luchtmacht vond het beter dat Plouf als luchtmachter zou rondlopen. Dus deed hij een schuifpassant bij zichzelf af om hem bij Plouf op te doen. Toen ze eventjes later op de foto mocht met staatssecretaris voor Defensie Gijs Tuinman, stond ze er als luchtmacht-luitenant, met een streep in plaats van een ster. De toon is hiermee gezet, want sommige militairen wachten nu op een kans om weer een andere schuifpassant bij haar op te doen.

Poseren met de staatssecretaris

Inmiddels beschikt Plouf over een hele garderobe. Natuurlijk heeft ze haar officiële assistentiehond-hesje en een bandana. Dat draagt ze buiten de poort van de kazerne. Er ligt een hondenbadjas voor haar in de kast, als ook een jasje voor extreem koud weer. Ze heeft het militaire hesje ook nu, in tweevoud. Eén met zwarte letters voor dagelijks gebruik, en een met gouden letters voor als ze er iets netter bij moet lopen. Afgelopen week stond ze in de Erecouloir tijdens Prinsjesdag. Toen droeg ze het door modehuis Moorman speciaal ontworpen dekje voor veteranen-hulphonden: blauw met oranje.

Met het ceremoniële veteranendekje

Terwijl de koets met de koning en de koningin afgelopen week op Prinsjesdag voorbij reed, stond Plouf op de eerste rij in de Erecouloir. Er was veel marsmuziek, er kwamen grote paarden en veel soldaten voorbij, maar ze bekeek het allemaal op haar gemak. Passerende militairen, Kamerleden en ook leden van de koninklijke familie konden hun glimlach niet onderdrukken toen ze die witte hond zagen tussen al die uniformen. Plouf is inmiddels wel ingeburgerd.

Prinsjesdag 2025

Plouf en de doppenambassadeur

Vorige week mocht Plouf op bezoek bij een bijzondere man. Ze had een afspraak in het Gelderse Overasselt met niemand minder dan Theo van den Broek, ook wel bekend als de doppenambassadeur.

Plouf was niet in haar eentje natuurlijk. Ik mocht gelukkig ook mee, evenals Erika Bulters van Bultersmekke Assistancedogs (BMA), de organisatie waar Plouf is opgeleid, en Joep Mourits van de Stichting die helpt geld inzamelen voor assistentiehonden.

Een doppenhobby

Theo heeft een hobby, een bijzondere hobby, die gelukkig wat uit de hand gelopen is. Hij verzamelt doppen, al jarenlang. Hij bewaart plastic doppen van bijvoorbeeld flessen frisdrank, van pakken melk en vruchtensap, maar ook kroonkurken die op allerlei glazen flesjes hebben gezeten. In een loods in Overasselt liggen geen kilo’s maar duizenden kilo’s aan doppen die wachten om opgehaald te worden, waarna ze de recycling in kunnen. Het is een duurzaam initiatief zo op het eerste oog. Dat klopt ook wel, maar het is veel meer dan dat.

De loods in Overasselt

Assistentiehonden

Hulphonden, of ‘assistentiehonden’ zoals ze officieel heten, zijn in Nederland al lang geen onbekend verschijnsel meer. Ze ondersteunen niet alleen mensen met een lichamelijke handicap, maar ook personen die kampen met bijvoorbeeld autisme, diabetes, epilepsie of PTSS. Plouf behoort tot de laatste categorie. De kwaliteit van het leven van cliënten wordt dankzij deze honden aanzienlijk verbeterd. Hulphonden zijn echter duur. Dat komt niet alleen door de aanschaf van deze dieren, maar ook door de opleiding. Deze is intensief en geaccrediteerd en stopt niet bij het behalen van het examen. De honden worden hun hele carrière lang gemonitord.

Poseren met Theo

Soms wordt een hulphond vergoed door de zorgverzekeraar, in een aantal gevallen door de gemeente middels de wet maatschappelijke ondersteuning. Er zijn ook werkgevers als Defensie en de politie die in specifieke gevallen een hond vergoeden. Doordat de regels niet overal op dezelfde wijze worden toegepast, raken sommige mensen tussen de wal en het schip qua financiering. Zij kunnen de hond niet zelf betalen en krijgen er dus geen toegewezen.

Stichting Bultersmekke Assistancedogs, waar ik zelf een van de bestuursleden van ben, werft fondsen om die mensen te ondersteunen die bij BMA een hulphond laten opleiden, maar de financiering niet rond krijgen. Deze personen komen in aanmerking voor een hulphond, hebben deze ook nodig, maar komen door geldgebrek niet aan bod. Doppenambassadeur Theo is zo’n fantastische fondsenwerver die echt geld binnenhaalt.

Nationale Doppenactie

Theo bestuurt al zo’n twaalf jaar vanuit regio Wijchen de Nationale Doppenactie. Het begon op kleine schaal maar het werd steeds groter, waardoor acht jaar geleden moest worden uitgeweken naar een grote opslaglocatie in Overasselt. Doppen en kroonkurken uit de (grote) regio en zelfs uit het buitenland worden hier verzameld en gesorteerd. Een deel gaat naar de dagbesteding in Herpen en Velp voor het nodige ‘prikwerk’. In sommige doppen zit namelijk een laagje van een ander materiaal, en dat moet eruit voordat de doppen verkocht kunnen worden. Dat verwijderen gebeurt met een grote, stompe naald, handmatig, dop voor dop. Echt monnikenwerk.

Hier wordt geprikt

Uiteindelijk worden de schone en gesorteerde doppen en kroonkurken verkocht aan Duvano in Oss, waar nieuwe producten gemaakt kunnen worden van de oude doppen. Dit jaar bereikte de Nationale Doppenactie een bijzondere mijlpaal: een opbrengst van 100.000 euro sinds er mee gestart is. Ook in Heerhugowaard en in Kampen wordt er druk gespaard, en hun doppen hebben flink bijgedragen aan dat totaal. In deze twee steden worden enkel nog metalen kroonkurken ingezameld. Plastic doppen zitten tegenwoordig immers vast aan de flessen. In Overasselt heeft dat overigens niet geleid tot een vermindering van het aanbod.

Plouf op verkenning in de loods

Rariteitenkabinet

Tijdens het sorteren kom je van alles tegen. Soms zijn het vieze dingen zoals gedragen ondergoed of gevulde poepzakjes. Af en toe is het iets leuks, zoals euromunten. Met regelmaat worden er flesopeners aangetroffen tussen de doppen. Theo heeft al een heel rariteitenkabinet kunnen opbouwen.

Flesopeners voor het rariteitenkabinet

Theo heeft een dagtaak aan het in goede banen leiden van deze mooie actie. Hij is er letterlijk dag en nacht mee bezig. Steeds meer mensen weten hem dan ook te vinden. Soms komt iemand langs om wat kleine zakjes met doppen langs te brengen. Regelmatig is het een hele kofferbak vol. Firma Heinz bezorgt afgekeurde doppen, en een ziekenhuis in de regio zamelt de dopjes in die injectienaalden beschermen. Het zijn stromen die mooi gerecycled kunnen worden en ook nog eens bijdragen aan een goed doel.

Een sorteerplek

Plouf mocht poseren met Theo. Ze  mocht jammer genoeg voor haar niet aan het gebak proeven. Ze kreeg de kans om de loods te ontdekken, te snuffelen aan al die doppen, en nieuwsgierig mee te kijken hoe er geprikt wordt. Ze had zelf ook een paar zakken doppen en kroonkurken meegenomen die overal om ons heen verzameld worden. En mocht je nu zelf ook doppen willen aanleveren, kijk dan gerust op de Facebookpagina Doppenactie Wijchen Bultersmekke of hier.

Naast een bigbag vol met doppen

Ambassadeur

Theo is niet zomaar een doppenambassadeur. Twee jaar geleden werd hij middels een koninklijke onderscheiding geridderd voor al het werk dat hij verzet. Zo’n onderscheiding krijg je niet voor niets. Die verdien je. Maar Theo kan best wel wat hulp gebruiken in Overasselt, op dinsdagochtend en donderdagochtend vooral. Lijkt het je leuk om bij te dragen aan dit mooie doel, neem dan gerust contact op met hem via zijn mailadres valendries@xmsnet.nl

Koffiepauze

Plouf draagt op een andere manier ook een beetje bij aan de fondsenwerving. Alle opbrengsten van haar onlangs verschenen boek ‘Hulphond met een missie’ gaan immers ook naar stichting BMA.

Hulphond met een missie

Werkbezoekje

Voor Plouf was de ontmoeting met de doppenambassadeur meer dan een werkbezoekje. Het is fantastisch om te zien hoe bevlogen mensen kunnen zijn. Theo, en het hele team van de Nationale Doppenactie, uit Kampen, Heerhugowaard, van alle inzamelpunten, vrijwilligers, behulpzame handen van de dagbesteding, verdienen echt een staande ovatie voor wat ze allemaal doen, elke dag weer, om het mogelijke daadwerkelijk mogelijk te maken.

Plouf in feeststemming

Ieder jaar opnieuw wanneer het december wordt en de feestdagen in aantocht zijn, lijkt Plouf zich af te vragen wat er nu allemaal aan de hand is.

De drukte begint met Sinterklaas. Ze trapt er niet meer in. De eerste keer, wat jaren terug, had ze nog ontzag voor de goedheiligman. Wantrouwend en argwanend blafte ze tegen de bijna bedreigende verschijning met de grote rode mantel, de lange witte baard, de mijter op zijn hoofd en de grote staf in de hand. Nu is dat voorbij. Ze weet wel beter en negeert de Sint volledig. De pieten hebben nu haar volle aandacht. Die hebben immers een zak met snoep bij zich. Dat er ook wel eens iemand de zak in moet en mee gaat naar Spanje, interesseert haar niet. Een maandje geleden was ze nog in dat zuidelijke land en zo slecht was het daar niet. Uitdagend kijkt ze de pieten aan en denkt in het Spaans: ‘este perro non irá con pedro’ (deze hond gaat niet mee met piet). Daarnaast is ze een stuk sneller dan de pieten. Op de foto gaan met Sint en de knechten vindt ze prima, maar niet zonder te ruiken of er toevallig nog een pepernoot in de hand verstopt zit.

Met Sint en de pieten

Met Sint en de pieten

De kerstboom wekt toch wel enige achterdocht. Bomen staan immers gewoonlijk buiten en groeien niet van de ene op de andere dag in de huiskamer. De eerste dag loopt Plouf met een grote bocht om de versierde spar heen om een dag later te doen alsof hij niet bestaat. Haar lange staart zwiept met regelmaat gevaarlijk dicht langs de kerstballen maar ze lijkt toch wel een beetje op te passen. Dit jaar zijn er nog geen ballen gesneuveld.

In Duiven

Dat de hele wereld versierd wordt, valt haar niet echt op. Ze mocht mee naar de grootste kerstshow van Nederland, in Duiven. En ja, het is daar echt prachtig en sfeervol, maar Plouf vond het vooral erg druk. Overal liepen en drongen mensen die niet zo heel erg op honden letten. Die bezoekers lieten ook nog eens kerstversiering kapot vallen. Honden dragen geen schoenen dus al die scherfjes op de vloer vormden een vervelend obstakel. Met wat tegenzin poseerde ze voor een versierde boom. Leuker vond ze het om samen met het baasje te poseren in de arrenslee van de plaatselijke Albert Heijn. In haar eentje erin plaats nemen vond ze maar niks, eng zelfs zo tussen een levensgroot rendier en een bewegende kerstman. Maar samen met mij vond ze het meteen fantastisch.

In de arrenslee

Kerst betekent ook dat er veel bezoek komt, en dat vindt ze altijd fijn, helemaal omdat ze vaak cadeautjes krijgt. Ze kreeg er drie knuffels bij in een paar weken tijd, waar ze dan de hele dag trots mee paradeerde. Bezoek staat vaak gelijk aan dineren en dan pakt ze toch altijd wel wat biefstukpuntjes mee tijdens het eten. Ze is mooi op gewicht dankzij de forse dagelijkse wandelingen, dus een beetje verwennerij mag wel rond deze dagen.

Het mooiste van de decembermaand vindt ze toch wel de kou. Een golden retriever heeft een flinke vacht en Plouf heeft het niet zo op warmte. Begin december lag er sneeuw. Dat vond ze helemaal prachtig. Het zwemmen gaat ook gewoon door in de wintermaanden, alhoewel ze dan wat minder lang in het water mag om haar tegen zichzelf te beschermen. Helemaal nat en blij poseert ze vervolgens met de kerstmuts.

Zwemmen, ook met kerst

Nog even en dat is er weer vuurwerk. Voor veel honden is dat verschrikkelijk. Mijn eerste hond Lady was er gek op. Ze vond het mooi. De hond erna, Filou, was helemaal getraumatiseerd door die knallen. Plouf zit er een beetje tussenin. Wanneer ze een knal hoort kijkt ze eerst naar mij om te zien of ik er op reageer. Doe ik dat niet, dan berust ze erin. Als ze wel schrikt van wat vuurwerk, dan weet ze zich altijd binnen seconden te hervatten. Ze doet dan haar best om het te negeren. Op het moment dat het echt losbarst om middernacht en het nieuwe jaar begint, komt ze tegen me aan zitten en wacht ze rustig tot het overgaat. Die knallen luiden dan meteen het einde van de feestdagen in. Het wordt daarna weer rustiger en een paar dagen later kan die rare boom weer weg. Haar huiskamer is dan weer normaal.   

Thuis bij de kerstboom

Plouf in Parijs

Op haar eerste ochtend in Parijs liep Plouf vol zelfvertrouwen het hotel uit om naar de oever van de Seine te wandelen. Ze had een prima nacht gehad in een mooi hotel waarvan de kamers waren ingericht in de stijl van de Franse koningen. Op de bovenste verdieping van het eeuwenoude gebouw had ze de beschikking over een bed en een dakterras. Ze houdt van koelte dus vooral dat laatste kwam haar prima uit.

Grote stad

Maar ze schrok wel van de grote stad. Veel auto’s, veel lawaai, veel mensen, maar vooral: geen plekje om rustig haar behoeften te doen. Er was geen stukje groen te bekennen. Een paar grassprieten bij een boom waren misschien voldoende voor een plasje maar voor de rest wilde ze toch echt een hele grasstrook hebben. Plouf is niet bepaald een stadshond. Omdat ik het zelf ook niet wist, zijn we naar het park de Tuileries gelopen, achter het Louvre. Daar was dan eindelijk een grasveld, waar Plouf meteen kennis kon maken met veel Franse honden. Later in de week ontdekten we wat groene stroken op de onderste wal langs de Seine, tegenover de Conciergerie. Aan de overkant van de Seine, na de Pont-Neuf, in de Square du Vert-Galant, heb je ook een heus grasveld. Op deze historische plaats werd in 1314 de laatste grootmeester van de Tempeliers op de brandstapel geëxecuteerd. Hij heette Jacques de Molay.   

Groenstrookje langs de Seine
Square du Vert-Galant

Chantilly

De dagen voordat we in Parijs belandden waren wat rustiger. Plouf verbleef in Chantilly, net boven de grote stad, bekend van de paardenraces en het prachtige kasteel. Een paar keer per dag mocht ze wandelen in het bos waarvan de bodem helemaal in bloei stond, met witte en blauwe bloemen. Ze bracht er wat dagen door bij haar vriendinnetje Luna, een mooie husky.

Plouf en Luna

Ook een bezoek aan het fenomenale château was onderdeel van het programma. Het kasteel herbergt een grandioze privé-kunstcollectie, met werken van onder andere Rafaël, Clouet, De Champaigne, Delacroix en Ingres. Plouf is dan wel een leuke en slimme hond, maar duidelijk geen cultuurhond. Het museumbezoek onderging ze, af en toe nieuwsgierig kijkend naar andere mensen, of demonstratief en luid zuchtend neerploffend wanneer het haar net iets te lang duurde. Ze had meer interesse in het grote park dat in de zeventiende eeuw werd aangelegd door André Le Nôtre, de tuinarchitect van de Zonnekoning. De tuinen liggen er nog net zo bij als eeuwen terug. De kleine hagen zijn met precisie gesnoeid en de grote waterpartijen geven het geheel een fantastische aanblik.

Poseren voor het kasteel van Chantilly
Tussen de meesterwerken in Chantilly

Plouf vond een weekje in Parijs zowel leuk, spannend als vermoeiend. Het was leuk omdat ze overal mee naar toe mocht en af en toe mee kon proeven tijdens het eten. Het was vooral spannend in de metro voor de eerste keer. En na dagenlang door de stad lopen in het zonnetje was ze ’s avonds altijd best moe.

Uitgeteld op bed

Au vieux comptoir

Al snel wist ze de weg van het hotel naar restaurant Au vieux comptoir. De eerste keer dat we daar aten, werden we zo gastvrij ontvangen dat we vervolgens iedere dag daar gegeten hebben. Ze kreeg elke avond haar eigen plek voor de deur zodat ze goed in de gaten kon houden wie er binnen kwam en wie er naar buiten ging. Ook kreeg ze telkens meteen een drinkbak voorgeschoteld. Anne, de eigenaresse, verontschuldigde zich wat omdat de kom nogal klein was. Dat kwam volgens haar omdat er in Parijs niet zo veel grote honden wonen, gelet op het gebrek aan tuinen en uitlaatplaatsen. Plouf mocht soms een beetje proeven van het grandioze eten dat daar wordt bereid, alles volgens grootmoeders recepten. En Anne was duidelijk naar haar klanten: “Plouf is de stamgast”.  

In het restaurant

Musea

Het Louvre werd de volgende museumervaring voor deze witte viervoeter. Zoals eerder aangegeven is Plouf geen cultuurliefhebber, dus dit soort bezoeken beperk ik in de regel tot één per dag en dan maximaal anderhalve uur lang, tenzij ze er tussendoor even uit kan. Sommige musea hebben namelijk ook een buitengedeelte.

Voor het Louvre

Het Louvre, dat vroeger één van de paleizen van de koning was, is groot, te groot om zelfs in een week goed te bekijken. Drommen mensen bewegen zich voort in de gangen, op zoek naar het beeld Venus van Milo en de Mona Lisa van Da Vinci. Dikke rijen mensen wachten tot ze dat mysterieuze schilderij mogen bekijken. Wij hebben het overgeslagen. Toen ik kind was ging ik wel eens met mijn ouders naar het Louvre, en toen hadden we het schilderij voor ons alleen. In die tijd kon je het bijna aanraken. Maar het Louvre is iedere keer opnieuw interessant, met aandacht voor meesterschilders, voor beeldhouwers en voor beschavingen.

In het Louvre

Het Musée d’Orsay is eigenlijk net zo interessant, maar zeker minder druk. Ook hier vind je veel sculpturen en schilderijen. Ik vond het mooi om naar de werken van Gauguin te kijken, waarvan er één pronkt op de Franse postzegels die ik vroeger spaarde. Er hangen ook wat werken van Vincent van Gogh. Het is ruim opgezet en open. Plouf kon er prima gedijen zonder dat ze steeds bedacht moest zijn op honderden voeten die haar poten of staart wilden betrappen.

Arearea van Paul Gauguin

Tour Eiffel

Alles wat in de buitenlucht ligt, is voor een hond toch leuker dan binnen, tenzij het regent. Plouf zwemt weliswaar heel graag, maar heeft een hekel aan regen. Daar hebben we gelukkig geen last van gehad. Een bezoek aan de Eiffeltoren was zeker onderdeel van het programma. Niet erop, nee, gewoon ervoor, lekker in het gras, onder de roze bloesem van de kersenbomen. De fonteinen werkten niet maar het was een heerlijke middag om rustig neer te strijken en even niets te doen. Ik deed althans niets. Plouf kon zich lekker uitleven, in haar eentje rollend door het gras of spelend met Parijse hondjes. Een kleine fotoshoot tussendoor, en ze mocht de metro weer in, terug naar het hotel.

Typisch Parijs

Die metro was wel wat wennen voor haar. De trein vindt Plouf al niet heel erg leuk. De metro is nog veel erger. Veel geluiden als zoemers en dichtslaande deuren, mensen die gestressed zijn, haast hebben en dicht op elkaar staan. Maar na een paar ritjes was ze er enigszins aan gewend. Metrostations zijn overigens niet ideaal voor honden, met weinig daglicht, lange gangen, veel trappen en roltrappen, poortjes en weinig liften. Van de vele kilometers die Plouf in Parijs heeft afgelegd, zijn er wel een aantal onder de grond geweest.

Wachtend op de metro

Het paleis van de Zonnekoning

Het paleis van Versailles was de laatste grote expeditie. Ook daar werd Plouf met alle égards ontvangen. Een assistentiehond heeft echt overal toegang. Er wordt weliswaar af en toe gevraagd om een identiteitsbewijs van de hulphond, maar daarna is ze absoluut welkom. Het koninklijke Versailles, het paleis dat door Louis XIV werd gebouwd en dat als voorbeeld diende voor veel paleizen in Europa, is immens groot.

Voor de ingang van Versailles

We begonnen met een rondleiding achter de schermen, in een klein groepje met een gids, om op plekken te komen waar de meesten niet komen. Vroegere badkamers en privé-vertrekken werden zo zichtbaar. Daarna was het tijd om zelf rond te lopen, door de Grote Appartementen en de wereldwijd bekende Spiegelzaal. Plouf liep de route die zij ook wandelde in het boek “Maxime I”, waarin zij haar eigen rol speelt, maar dan in de achttiende eeuw. De Spiegelzaal kijkt uit op de uitgestrekte paleistuinen, en de 357 grote spiegels zorgen ervoor dat je vanaf elke plek in de galerij uitzicht hebt op het park. Ook hier mocht Plouf even poseren tussen de menigte, maar haar blik was vooral gericht op de tuinen. Ze gluurde steeds door de ramen in plaats van bewondering te hebben voor goud, kristal, marmer en schilderijen. Die begerige blik naar buiten was in elk geval het sein om het bezoek af te breken en verder te gaan in het aantrekkelijke park. Ook hier rent ze dagelijks rond in de eerder genoemde roman. Versailles was als een soort thuiskomst.

Naar buiten kijken in de Spiegelzaal
In het park van Versailles

Veel te zien

Om door Parijs heen te stappen heb je meer tijd nodig dan een week. In de Stedenbundel schetste ik een kort bezoek, maar als je het ontspannen doet, samen met een hond, en elke avond met andere mensen gaat eten, kom je tijd tekort. Vanuit de Tuileries hebben we de Champs-Elysées en de Arc de Triomphe gezien maar we zijn niet zo ver gelopen.

Tuileries met in de verte de Obélisque en de Arc de Triomphe

Het Palais Royal was de plaats voor een leuke wandeling. Ook het Centre Pompidou is al lopend door de stad aangedaan, evenals het grote stadhuis van het eerste arrondissement. De Invalides en het graf van Napoleon hebben we overgeslagen. Ik ben er al vaak geweest en ik wilde Plouf toch vooral ook wat rust gunnen af en toe.

In het park van Palais Royal

De Notre-Dame mocht niet ontbreken en daar hebben we een rondje omheen gelopen. Na de brand in april 2019, nu vier jaar geleden, ziet de voorkant van de kerk er inmiddels redelijk ongehavend uit. De zijkant biedt een dramatische aanblik. De restauratiewerkzaamheden vorderen en de overheid hoopt het gebouw eind 2024 weer voor het publiek te kunnen openen. Ook de Sacré-Cœur en het altijd gezellige Montmartre hebben we overgeslagen. Te veel, te ver, in combinatie met alles wat we gedaan hebben.

Braaf zitten voor de Notre-Dame

Hulphond annex reishond

Plouf is een hulphond annex reishond. Ze vond zelf vooral de Tuileries leuk. Ze kende de weg van het hotel naar de tuinen en terug al snel, en vond het maar wat mooi om daar gewoon even hond te zijn met allemaal andere speelkameraadjes. Want vakantie moet leuk zijn voor allebei.     

Plouf op pad

Op pad gaan vindt Plouf wel leuk. Sowieso omdat ze dan mee mag en niet thuis hoeft te blijven. Daarnaast vindt ze het ontdekken van nieuwe plekjes en andere geurtjes heel interessant. De eerste (voor haar dan) grote reis was naar Utrecht. Ze was nog een kleine pup en een deel van de wandeling moest ze gedragen worden om haar niet te veel te belasten. “Wie laat nou wie uit?” was de opmerking die ik steevast kreeg te horen onderweg. Al heel jong ontdekte Plouf op die manier de Oudegracht en de Domtoren. 

Eerste stapjes in Utrecht

Plouf houdt nog steeds niet zo van autorijden. Ze springt iedere keer met veel enthousiasme op de achterbank maar zodra de auto in beweging komt, vindt ze het maar niks. Ze heeft stress in de auto. Zodra we stil staan is het overigens meteen over. Bij lage snelheden waarbij haar kop uit het raam kan, gaat het steeds beter. En we hebben echt van alles geprobeerd. Voorin, achterin, in een mand, met een knuffel, op schoot… Auto’s zijn gewoon niet haar ding. Dus reizen we binnen Nederland wel eens met de trein. Dat vindt ze eigenlijk ook niet helemaal leuk maar uiteindelijk gaat ze toch liggen en zelfs slapen tijdens de rit. Ze heeft wel een voorkeur voor het fietsencompartiment boven een coupé. Het is er ruimer dus fijner voor haar.

In de trein

Nieuwe plekjes ontdekken samen met je hond is gezellig. Soms is het ook wat lastig. In Amsterdam viel het aantal grasveldjes om te kunnen plassen namelijk wel erg tegen. Vanaf het Centraal Station tot aan het Museumplein zag je Plouf steeds uit haar ooghoeken zoeken naar een geschikte plek. Die kwam maar niet. Op de kaart van Amsterdam zie je binnen de grachtengordel dan ook geen enkele hondenuitlaatplaats. Aan de andere kant van het Rijksmuseum was gelukkig heel veel gras maar toen we daar aankwamen na een wandeling over het Damrak, door de Kalverstraat en langs allerlei grachten, waren we wel een uur verder.  

Museumplein Amsterdam

Steden zijn misschien wat minder geschikt voor een plattelandshond als Plouf. Ze kijkt weliswaar haar ogen uit naar al die mensen, maar voluit ravotten in een stuk natuur zonder aangelijnd te zijn, heeft toch wel haar voorkeur. Het liefst duikt ze dan ook nog eens overal waar het maar kan het water in. Soms mag ze dat niet en dan blijft ze demonstratief staren naar die aanlokkelijke plas in de hoop dat het er misschien toch nog van komt. Die dikke vacht droogt niet zo snel en soms komt het even niet uit dat ze drijfnat is. In een trein bijvoorbeeld. In dit rare kunstwerk bij Slijk-Ewijk keek ze dan ook begerig en zielig naar al dat lekkere water.

Slijk-Ewijk

Af en toe moet ze zich nóg beter gedragen, zoals onlangs bij een werkbezoek aan de PreZero energiecentrale in Roosendaal. Ze is overigens niet binnen geweest want een hond heeft daar helemaal niets te zoeken. Het is er lawaaierig en ze zou veiligheidskleding aan moeten trekken. Zelfs voor een inmiddels geroutineerde hulphond gaat dat net iets te ver. Daarnaast was het grasveld veel leuker en stond haar tijdelijke drinkbak veilig in het kantoorgebouw.

PreZero Energy Roosendaal

Strand is echt wat ze het mooiste vindt. Dat ligt aan de combinatie met water. Menig hond geniet al van de duinen maar voor haar betekent wandelen in de duinen dat ze niet in zee ligt. De duinen slaat ze om die reden liever over. Ze gaat meestal naar Noordwijk aan Zee om lekker langs de vloedlijn te rennen en de golven in te duiken, maar ook op Terschelling kon ze haar hart ophalen. Dat laatste is een prachtig eiland voor mensen en voor honden. Tijdens het weekend draaide het voor haar de hele dag enkel en alleen om zee en zand. De duinen nam ze op de koop toe, maar van daaruit bleef ze wel steeds de zee in de gaten houden.

Gluren naar de zee op Terschelling

Ook het midden van het land en, preciezer nog, het middelpunt van Nederland mocht Plouf een keer ontdekken. In Lunteren markeert sinds 1965 een zwerfsteen die speciale, centrale plek en er komen veel mensen af op de nationale bezienswaardigheid. Het omliggend gebied is ideaal voor mooie boswandelingen. De beruchte muur van Mussert staat ook in de buurt maar daar zijn Plouf en ik niet heen geweest. De meningen zijn verdeeld over hoe lang de schandmuur er nog moet blijven staan.  

Het middelpunt van ons land

Plouf reist heel wat af door het land. Kort geleden reed ze mee naar het Nationale Park de Hoge Veluwe. Dit is een prachtig natuurgebied van maar liefst 5.400 hectare met zowel bos, hei als stuifzand, waar grote diersoorten voorkomen als edelherten, moeflons, reeën en wilde zwijnen. Het is prachtig dat zoiets bestaat binnen onze landsgrenzen. Het is een heerlijke plek om te ontdekken. Het meest verrassende was misschien wel het jachthuis Sint Hubertus, door Berlage ontworpen als buitenhuis voor de familie Kröller-Müller. Bij een jachthuis verwacht je een wat uitgebouwde hut. Dit is meer een kasteeltje.

Voor het jachthuis

Plouf is niet binnen geweest in het jachtslot. Buiten is het immers veel leuker voor haar. In het Brabantse Oudenbosch mocht ze wel even de grote 19e eeuwse basiliek in om te poseren. Stilzitten en alle aandacht krijgen terwijl ze gefotografeerd wordt, vindt ze gewoon leuk. Vaak gaat ze al mooi zitten op het moment dat iemand een telefoon tevoorschijn haalt. De meneer die op de basiliek paste was uitermate lief voor haar. Gewoonlijk mogen honden alleen mee naar binnen indien ze gedragen worden. Plouf weegt 31 kilo dus dat is wat aan de zware kant. Ze mocht toch even naar binnen voor haar fotoshoot en de brave man had er een zwabber bij gehaald voor het geval ze de vloer zou bevuilen.   

Oudenbosch

Of het ereveld in Loenen een uitstapje is of een gedenkplaats, hangt af van wat je er komt doen. Plouf is al er al een paar keer geweest en gedraagt zich iedere keer voorbeeldig wanneer we langs de graven van gevallenen lopen. Het is er stil en vredig en buiten de begraafplaats om kun je ook een stuk door het bos lopen. Het meest interessante aldaar vond zij toch wel de grote spiegel met de tekst ‘Zo zien mensen eruit die in vrede leven’.  

In vrede leven

Uitstapjes en dagtochtjes zijn er best wel veel in Nederland en er zijn er aardig wat bij die ook leuk zijn voor de viervoeters. En nee, ze mogen inderdaad niet overal naar binnen, wat lastig is als je tijdens een dagje wandelen ergens wat wilt eten of drinken. Er zijn echter steeds meer restaurants die honden welkom heten waardoor een dagje weg met de hond gewoon mogelijk is. In de trein zijn ze in ieder geval welkom. Je moet er zelfs een speciaal hondenkaartje voor kopen.

Pluizige paardenbloemen

Bonjour, Plouf!

Wanneer Plouf in de ochtend de trappen van het hotel afloopt naar het ontbijtrestaurant, klinkt van alle kanten, vanuit zowel medewerkers als gasten, een welgemeend “Bonjour, Plouf!”. Plouf kwispelt dan iedere keer met haar staart ten teken van dank en herkenning om vervolgens netjes bij de ingang van het restaurant te gaan zitten en op haar beurt te wachten. Binnen een dag na aankomst is ze al de chouchou, het lievelingetje van het leuke Grand Hôtel Moriaz aan het strand. Ze wordt zelfs mascotte genoemd.

Plouf voor het Grand Hôtel Moriaz
Plouf voor het Grand Hôtel Moriaz

Tja, dat strand. Dat begint al meteen bij het restaurant van het hotel in Cavalière aan de Franse Côte d’Azur. Het is een smalle strook zand die Plouf scheidt van haar grote favoriet: de zee. Water, water en nog eens water. Af en toe wat golfjes en vooral heel veel pret. Zwemmen is echt haar lievelingsactiviteit en de hele dag kijkt ze reikhalzend uit naar die grote blauwe zee. Er is wel een hindernis: dat hete zand dat haar voetjes brandt. Een paar keer per dag mag ze de sprint wagen en duikt ze samen met mij het water in om ruim een uur te zwemmen, met af en toe een tussenpoos in ondiep water om op adem te komen.

Water!
Water!

Vervolgens loopt ze even onder de douche om het zout af te spoelen en daarna gaat ze slapen in de schaduw: het traditionele Mediterraanse dutje. Af en toe doet ze zuchtend een oogje open als ze wat kreten hoort van de overenthousiaste pétanque-spelers voor het hotel. Ze houdt de boel duidelijk wel nog in de gaten.

Zuchten tijdens de pétanque
Zuchten tijdens de pétanque

Op de meeste stranden aan de Rivièra zijn honden in de zomer absoluut niet welkom, ook niet aangelijnd. Het hotel waar wij zijn neergestreken is echter hondvriendelijk. Het stukje strand dat ervoor ligt hoort bij het hotel en honden mogen daar komen, mits ze aangelijnd zijn. Ze mogen echter niet de zee in omdat die niet privé is. Rond etenstijd in de avond is daar overigens geen controle meer op en zie je veel viervoeters al pootjebadend verkoeling zoeken. Voor Plouf ligt het anders. Het nadeel van assistentiehond zijn is dat ze veel moet leren, altijd in het gareel moet lopen en continu alert moet zijn. Het voordeel is dat ze altijd en overal mee naartoe mag (en in mijn geval: moet). Zelfs in het vliegtuig.

Plouf in haar element voor Moriaz
Plouf in haar element voor Moriaz

Dus wanneer ik ga zwemmen, mag ze mee. Op de eerste dag kwamen politie en strandwachters wat vragen stellen over haar maar sindsdien wordt er steeds een vrolijke “Bonjour, Plouf!” toegeroepen door deze mannen wanneer ze hun ronde over het strand doen.

Een beetje onwennig in het vliegtuig
Een beetje onwennig in het vliegtuig

De baai van Cavalière loopt van de Cap Nègre tot aan de Pointe du Layet, waar voor de liefhebbers een naturistenstrandje is. Plouf is daar één keer geweest en kreeg wel vrij snel gekscherend de vraag waarom zij haar hesje niet uitdeed.

Uitzicht op Cap Nègre
Uitzicht op Cap Nègre

Overal in de baai bestaat het strand uit fijn zand en Plouf steelt regelmatig de show tijdens trainingen in het water. Ze is echt gehoorzaam. Wanneer ik de hand naar voren uitsteek, zwemt ze uit, de open zee tegemoet, maar nooit meer dan een paar meter van mij vandaan. Wanneer ik met de vingers knip komt ze onmiddellijk terug naar mij. Met de vingers een draaibeweging maken betekent vervolgens voor haar dat ze omdraait en weer uitzwemt. Andere badgasten negeert ze volledig.

Af en toe niet het water in
Af en toe niet het water in

Een hondenleven bestaat in Zuid-Frankrijk voornamelijk uit zwemmen en slapen. In Cavalière kun je mooi wandelen in de heuvels maar iedere extra meter die haar van de zee scheidt vindt Plouf maar niets. Ze gaat wel netjes mee, zoekt schaduwplekken uit om te lopen maar kijkt toch vaak heel zielig om naar dat aanlokkelijke blauwe water. Er loopt een fiets/wandelpad langs de doorgaande weg waar je ook een rustige wandeling kunt maken, alhoewel sommige nietsontziende fietsers in de praktijk gevaarlijker zijn dan auto’s. Het is de gelegenheid om die prachtige huizen te aanschouwen die aan het strand staan. Een deel ervan is vergane glorie maar veel van deze paleisjes zijn meer dan benijdenswaardig. Er zijn in ieder geval voldoende wandelroutes langs zee of door de natuur dus verveling is er in Cavalière niet bij.

Wandelroute richting de heuvels
Wandelroute richting de heuvels

De zee biedt op haar beurt een mooie vaarroute met prachtige duikgebieden. Met name het onderwaterreservaat van het eiland Port-Cros, één van de eilanden van goud die tegenover Cavalière liggen, biedt een prachtig onderwaterleven dat je al snorkelend of duikend kunt ontdekken.

Een duikbuddy tijdens een duik bij la Gabinière
Een buddy tijdens een duik bij la Gabinière

Plouf mocht mee op de boot met duikers van Sun-Plongée en was best wat ongerust terwijl ik een uur onder water bleef, maar des te vrolijker toen ik weer aan boord kwam na magische ontmoetingen met grote tandbaarzen en scholen barracuda’s. Vooral de rotspunt La Gabinière, net achter het eiland, staat bekend als één van de 80 mooiste duikplekken ter wereld.

Na het duiken op de Jean Yann
Na het duiken op de Jean Yann

Saai is het hier niet. Er zijn allerlei uitgaansgelegenheden in de buurt, in de avonden worden er langs het strand veel activiteiten voor kinderen georganiseerd, op maandagochtend is er een grote Provençaalse markt, op dinsdagmiddag -en avond een leuke souvenirmarkt en er zijn tal van bezigheden op het water. Het familiehotel ligt erg rustig, meteen aan zee, ‘les pieds dans l’eau’, en kent een fantastische keuken. Ook voor Plouf wordt er af en toe wat bereid, zoals rijst op die ene dag dat ze wat last had van haar maagje. En iedere keer dat ze verschijnt, wordt er door de attente medewerkers meteen een bak met water klaargezet.

Een uitzicht dat niet verveelt
Een uitzicht dat niet verveelt

Het hotel staat tegenover het kleine gemeentehuis dat een dependance is van het iets verderop gelegen Le Lavandou. Heel vroeger was dat gebouwtje het treinstation van het dorp. Tussen het einde van de 19e eeuw en 1948 liep er een spoorlijn van Toulon naar Saint-Raphaël en mensen konden pal tegenover het magnifiek gelegen hotel uitstappen. Dat werd aan het eind van de 19e eeuw gebouwd en honderd jaar geleden overgenomen door de familie Moriaz.

Het voormalige treinstation
Het voormalige treinstation

Om bij Frankrijk en Franse tradities te blijven, Mireille Mathieu zong het al: “On ne vit pas sans se dire adieu” (je leeft niet zonder vaarwel te zeggen). Ook Claude François zong het: “Adieu, tout finit un jour” (vaarwel, alles eindigt op een dag). Dus er komt een moment dat het “Bonjour, Plouf!” verandert in “Au revoir, Plouf!”. Dan moet deze lieve golden weer naar het vliegveld van Hyères om een vlucht te nemen naar Nederland. Dat wordt even niet zwemmen die dag teneinde droog en schoon het vliegtuig in te kunnen. Of het zielig is? Ach, de volgende dag ligt ze alweer in een recreatieplas waar ze het denk ik net zo leuk vindt als hier ook al gaat ze daar niet zo lang en vaak het water in als in Cavalière. Vakantie is toch net anders. Volgend jaar mag ze weer.